Bodemprijs of Bodem onder de prijs?
Supermarkten hebben een grote economische betekenis. Volgens CBS cijfers zijn er 3.080 supermarkten die 107.700 voltijdsbanen en een omzet van 23,8 miljard euro genereren. Met meer dan drieduizend bedrijven lijkt de supermarktbranche op het eerste gezicht veel verschillende spelers te kennen. Maar schijn bedriegt, omdat veel formules onderdeel zijn van hetzelfde concern. Zo zijn Edah, Konmar en Super de Boer onderdeel van Laurus en heeft Ahold via een 73 procentsbelang in Schuitema zeggenschap over C1000. Laurus, C1000 en Albert Heijn hebben elk een marktaandeel van circa 18%, 15% respectievelijk 25%. Veel regionale spelers, als Deen, Jan Linders, Plus, Nettorama, Sligro, Spar en Jumbo hebben zich in de Superunie verenigd. Deze van oorsprong regionale spelers focussen op kwaliteit en service en kunnen door hun toegenomen inkoopmacht nu op prijs en kwaliteit met Albert Heijn concurreren. Gezamenlijk hebben de Superunie-supermarkten zo’n kwart van de markt, een geduchte concurrent van Albert Heijn dus.
Sinds oktober 2003 woedt er een prijsoorlog tussen supermarkten. De vruchten van deze felle concurrentiestrijd worden op dit moment geplukt door consumenten die voor hun dagelijkse boodschappen minder hoeven te betalen (zelfs minder dan de meeste Europeanen), de supermarkten die hun omzet zien stijgen en de Nederlandse economie die profiteert van een lage inflatie.
Er zijn wel lunches te verkrijgen in de supermarkt, maar geen free lunches, en dus zijn er ook verliezers. Dat zijn de supermarkten die omzet verliezen, kleine zelfstandigen die de prijzenslag niet overleven2, de werknemers die daardoor hun baan verliezen, fabrikanten van merkartikelen en andere leveranciers wiens producten extra zwaar worden afgeprijsd, groothandels die steeds moeilijker aan hun marges komen, en consumenten die niet meer terecht zouden kunnen bij de buurtsuper of in de overgebleven supermarkten een verschraald assortiment zouden treffen3. Daar waar sommigen de huidige prijzenslag zien als een correctie op de te hoge prijzen van de jaren daarvoor, benadrukken anderen de negatieve gevolgen van de prijzenslag.
In dit artikel beargumenteren wij waarom een verbod op verkoop onder de inkoopprijs geen goed idee is. Eerst schetsen we kort de gevolgen van de prijzenslag en gaan we in op de politieke context. Vervolgens beschrijven we de economie van het prijsdumpen. Ook kijken we even over de grens hoe het daar geregeld is. Nadat we de praktische toepasbaarheid van een prijswet hebben bekeken, sluiten we af met conclusies.
Bestand
Klik op het icoontje met de rechter muisknop en kies "Doel opslaan als..."









