pagina

De maatschappelijke kosten en baten van de beroepsbegeleidende leerweg in de metaal en technologische industrie


Publicatienummer: 2019-72
Auteurs: Arjan Heyma, Koen van der Ven, Peter Donker van Heel & Lennart de Ruig
Opdrachtgever: Koninklijke Metaalunie en FME
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-5220-015-6

Resultaten
De beroepsbegeleidende leerweg (BBL) combineert een middelbare beroepsopleiding met het minimaal drie dagen per week opdoen van praktijkervaring bij een leerbedrijf. Die combinatie blijkt van grote maatschappelijke waarde voor Nederland. Voor specifiek de metaal en technologische industrie bedraagt het saldo van maatschappelijke kosten en baten van de BBL 371 miljoen euro per jaar. Dat ligt hoger dan voor de gemiddelde BBL-opleiding als gevolg van het – relatief gezien – hoge opleidingsrendement, de hoge arbeidsproductiviteit en de jonge studentenpopulatie in deze sector, waardoor in verhouding veel opleidingskosten voor het mbo worden bespaard.

De grootste bijdrage aan de maatschappelijke welvaart door de BBL-opleiding in de metaal en technologische industrie zit in de hogere toegevoegde waarde (productie) en daarmee een hoger nationaal inkomen van ruim 300 miljoen euro per jaar. Die hogere productie komt gedeeltelijk voort uit een hogere arbeidsproductiviteit als gevolg van meer opgebouwde kennis en ervaring door BBL-gediplomeerden, gedeeltelijk uit een hogere werkgelegenheid als gevolg van de BBL-opleiding. Tegenover de extra opbrengsten voor werkgevers staan ook aanzienlijke extra kosten, vooral voor de begeleiding van BBL-studenten door medewerkers bij (leer)bedrijven (34 miljoen euro). De grootste baten van de BBL komen per saldo bij de overheid terecht (273 miljoen euro per jaar), ondanks de kosten voor de subsidieregeling Praktijkleren (30 miljoen euro). Dat komt door de grotere inkomsten uit loonbelasting en premies, hogere opbrengsten uit winstbelasting, lagere kosten voor studiefinanciering, een lagere bekostiging van het mbo en lagere uitkeringslasten.

In de metaal en technologische industrie krijgt 85 procent van de BBL-studenten na diplomering een contract aangeboden bij het leerbedrijf, waarvan uiteindelijk 79 procent doorstroomt naar een vaste baan bij het leerbedrijf. Dat ligt aanzienlijk hoger dan gemiddeld in Nederland. Hoewel de sector ongeveer 16 procent van alle BBL-studenten opleidt, zorgt het voor 19 procent van de extra toegevoegde waarde door de BBL. Dat is het gevolg van de relatief hoge arbeidsproductiviteit van BBL-gediplomeerden in de metaal en technologische industrie.

Gebruikte methode
Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van de BBL. Een MKBA is een goede manier om een totaalbeeld te geven van alle effecten van een beleidsmaatregel. De effecten worden waar mogelijk in geld uitgedrukt. Hierdoor wordt duidelijk wat het relatieve belang van effecten is en of de baten de kosten overtreffen. Ook wordt daarmee de verdeling van kosten en baten van de BBL over alle relevante maatschappelijke partijen helder, waaronder in elk geval die voor werkgevers, studenten, mbo-instellingen en de overheid. Voor de kwantificering van effecten, kosten en baten zijn verschillende bronnen gebruikt. Een eerste bron is een online enquête, uitgezet onder meer dan 34.000 erkende leerbedrijven, met medewerking van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Dit heeft een bruikbare respons opgeleverd van 1.619 leerbedrijven, waarvan 196 leerbedrijven in de metaal en technologische industrie. Daarnaast is gebruikgemaakt van registratiegegevens van personen met een mbo-opleiding, waaronder een BBL-opleiding, die beschikbaar zijn via het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Zie ook de berichtgeving via:

Zie ook het volgende rapport:


Categorie: 2019, Arjan Heyma, Koen van der Ven, Arbeid & Onderwijs, in the spotlight