pagina

De opbrengst van de sectorplannen


Publicatienummer: 2019-87
Auteurs: Siemen van der Werff, Karel Kans, Jelle Zwetsloot, Sandra Wagemakers, Jessica Tadema & Arjan Heyma
In opdracht van: ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-5220-024-8

Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat de sectorplannen slechts een beperkte invloed hebben gehad op het brede doel van het overbruggen van de crisis op de arbeidsmarkt. Ze hebben gezorgd voor financiering van maatregelen waar vanwege de crisis bij werkgevers en sectorfondsen minder geld voor beschikbaar was. Tegelijkertijd is er veel vertraging opgetreden in de uitvoering van plannen, waardoor veel maatregelen pas na afloop van de crisis zijn uitgevoerd. De vormgeving van de sectorplannen heeft geleid tot een aantal knelpunten die vooral van invloed zijn geweest op de mate waarin de sectorplannen hebben bijgedragen aan het overbruggen van de crisis. Als in een volgende crisis een soortgelijke maatregel zou worden ingevoerd, dan zou het verstandig zijn om al voor de grote stijging van de werkloosheid een regeling als die van de sectorplannen in te voeren.

Er zijn daarnaast verschillende manieren waarop de sectorplannen hebben kunnen bijdragen aan het versterken van de arbeidsmarkt. Op de eerste plaats ligt dat op het individuele niveau van de deelnemende werknemers. Door deelname zou hun arbeidsmarktpositie, kansen en competenties verbeterd moeten zijn, en daarmee hun productiviteit en inkomen. Uit de evaluatie zijn aanwijzingen gevonden dat dit inderdaad het geval is geweest. Een andere manier waarop de sectorplannen hebben kunnen bijdragen aan het versterken van de arbeidsmarkt is door het verbeteren van de match(ing) tussen vraag en aanbod. Hier was specifiek een rol weggelegd voor de (regionale) sectorplannen in de derde tranche. Maar ook in andere gevallen is de samenwerking tussen partners in sectoren en regio’s vaak versterkt.

In het totaal zijn er ongeveer 310 duizend deelnemers aan maatregelen en trajecten uit de sectorplannen geweest. Dit is ongeveer 70 procent van de initiele ambitie. Aan de sectorplannen is vanuit de Rijksoverheid bijna € 330 miljoen uitgegeven en vanuit sectoren, regio’s en individuele werkgevers bijna € 730 miljoen. De meeste deelnemers was te vinden in scholingsmaatregelen en het meeste budget is uitgegeven aan leerwerkplekken.

Het onderzoek
Het doel van dit onderzoek is om zicht te krijgen op de effecten van de Regeling Cofinanciering Sectorplannen. Het gaat dan om het proces, het bereiken van de enge doelen van plannen en maatregelen, het bereiken van de brede doelen van de Regeling, het effect op de betrokkenheid en samenwerking bij de sociale partners en de vorm van de subsidie. Het bepalen van de netto-effectiviteit van individuele maatregelen, sectorplannen of de gehele regeling valt buiten de scope van deze evaluatie.

In augustus 2013 is namelijk de Regeling cofinanciering sectorplannen in werking getreden. De sectorplannen vloeien voort uit het Sociaal Akkoord van 2013 (Stichting van de Arbeid, 2013) en hebben sindsdien gelopen. De Regeling is gezamenlijk door het Ministerie van SZW en door sociale partners (verenigd in de Stichting van de Arbeid) ontwikkeld. De achtergrond hierbij was dat er destijds sprake was van een snel oplopende werkloosheid als gevolg van de economische crisis. Bij zowel publieke als private werkgevers was er sprake van een daling van het aantal banen. In de Regeling zijn twee brede doelen opgenomen: de crisis overbruggen en de arbeidsmarkt beter laten functioneren.

De sectorplannen zijn opgesteld en uitgevoerd door partners in een (publieke of private) sector of een regio, waaronder werkgevers, werknemers, sectorfondsen en eventueel andere partners zoals het beroepsonderwijs of UWV Werkbedrijf. Bij de sectorplannen is sprake van cofinanciering: de rijksoverheid betaalt een gedeelte van de kosten van de plannen en de rest wordt betaald vanuit een eigen bijdrage door individuele werkgevers of samenwerkingspartners in de plannen.

Gebruikte methode
Voor dit onderzoek zijn verschillende bronnen gecombineerd. De belangrijkste bronnen in dit onderzoek zijn de registratiegegevens van Uitvoering van Beleid (SZW), de gegevens over de arbeidsmarktpositie van deelnemers (UWV), interviews met projectleiders en partners van afgeronde plannen, de informatie uit de eerder uitgebrachte quickscans over de inhoud en voortgang van de sectorplannen en gesprekken met betrokken stakeholders.

Bekijk ook de Kamerbrief: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/11/25/tk-wr-164868-dienstverlening-naar-werk.


Categorie: 2019, Siemen van der Werff, Jelle Zwetsloot, Arjan Heyma, Arbeid & Onderwijs