pagina

Doorlopende leerlijnen vmbo-mbo anno 2018


Publicatienummer: 2018-111
Auteurs: Djoerd de Graaf, Régina Petit, José Hermanussen, Iryna Rud, Koen van der Ven, Annemarie Groot & Emina van den Berg
Opdrachtgever: ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-6733-956-8

Resultaten
In het afgelopen schooljaar 2017-2018 is het aantal vakmanschap-, technologie- en beroepsroutes verder toegenomen ten opzichte van het jaar ervoor (225 versus 201). De doorlopende leerlijnen hebben een positief effect op doorstroom naar het mbo. Ook switchen de leerlingen in de routes minder vaak van opleidingsrichting. De implementatie van de routes vordert gestaag. Voldoende instroom blijft wel een uitdaging.

Het onderzoek
De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Economische Zaken (EZ) willen het functioneren van de beroepskolom in het onderwijs verbeteren. Om te bezien of er mogelijkheden voor verbetering liggen in een betere aansluiting tussen en samenwerking door het vmbo en het mbo, hebben de ministeries besloten tot een experiment met zogenoemde vakmanschap-, technologie- en beroepsroutes. Dit zijn doorlopende leerlijnen vanaf leerjaar 3 van het vmbo op niveau 2 en 3 in alle sectoren (vakmanschaproutes), op niveau 4 in de sectoren Techniek en Groen (technologieroutes) en op niveau 4 in de overige sectoren (beroepsroutes). Gedurende de periode 2014-2022 hebben samenwerkingsverbanden van vmbo- en mbo-scholen experimenteerruimte gekregen om deze geïntegreerde leerlijnen vorm te geven. De ministeries hebben SEO Economisch Onderzoek in samenwerking met het Kohnstamm Instituut UvA B.V. en ecbo gevraagd een ‘Monitor Experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo’ uit te voeren om te bezien of en hoe de routes bijdragen aan het aantrekkelijker en doelmatiger maken van het beroepsonderwijs.

Gebruikte methode
Dit rapport betreft de vierde meting in het kader van het onderzoek naar de vakmanschap-, technologie- en beroepsroute. De onderzoeksaanpak is drieledig: 1. opbrengst- en effectevaluatie, 2. procesevaluatie en 3. verklarende evaluatie. De opbrengst- en effectevaluatie bevat kwantitatieve analyses op twee bronnen: de registratie van routes bij het bureau dat de experimenten begeleidt, DUS-I, en de registratie van leerlingen bij DUO (BRON). Daarbij zijn voor de effectevaluatie de leerlingen binnen de route (experimentgroep) vergeleken met leerlingen van buiten de route (controlegroep). De proces- en verklarende evaluatie is gebaseerd op 16 casestudies.


Categorie: 2019, Djoerd de Graaf, Emina van den Berg, Koen van der Ven, Arbeid & Onderwijs