Resultaten
In de periode 2008-2018 heeft Nederland deelgenomen aan de subsidieregelingen Eurostars, Eureka clusters en JTI’s. De drie instrumenten hebben als gezamenlijk doel om de internationale technologische samenwerking en investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) te bevorderen. De regelingen slagen erin hun relevante doelgroep te bereiken en te betrekken bij de activiteiten. Mkb-ondernemingen die een subsidieaanvraag doen in het kader van Eurostars, Eureka clusters of JTI’s nemen voor het overgrote gedeelte (70 tot 80 procent) ook deel aan de WBSO, en ook bijna altijd met minimaal 200 R&D-uren per fte.

De instrumenten zijn doeltreffend in het stimuleren van R&D-inspanningen bij bedrijven en in het bevorderen van meer en betere internationale samenwerkingsverbanden (eerste-orde-effecten). Bedrijven zijn positief over het effect van de regelingen op internationale R&D-samenwerking en geven aan door deelname kennis te hebben gemaakt met internationale organisaties. Econometrische analyses van de Eurostarsregeling laten een stijging zien van het aantal R&D-uren per fte bij bedrijven die een toewijzing hebben gehad, vergeleken met een controlegroep van vergelijkbare bedrijven die niet heeft deelgenomen aan de regeling. De effecten zijn alleen statistisch significant aanwezig in het jaar vóór aanvang, het jaar van aanvang en het jaar na aanvang van het project en bedragen 353 R&D-uren per fte bij elkaar opgeteld in deze drie jaar.

Over de effectiviteit van de instrumenten op productiviteit (omzet per fte) en betere bedrijfsprestaties (omzet, fte) heerst meer onzekerheid. Omdat derde-orde-effecten pas na afronding van het project kunnen worden onderzocht, zijn er minder waarnemingen beschikbaar voor het meten van dergelijke effecten. Het is bovendien denkbaar dat deze effecten ook niet meteen na afronding van het project plaatsvinden, maar nog weer enkele jaren later, waardoor ze buiten de periode vallen die kan worden waargenomen.

Voor de Eurostarsregeling levert elke euro subsidie € 0,91 aan R&D-activiteiten op, vergelijkbaar met andere subsidieregelingen. In ruimere zin kan gesproken worden van een bang-for-the-buck van € 1,44 per verstrekte euro subsidie, indien blijkt dat afgewezen projecten worden uitgevoerd met private middelen. Het is echter onduidelijk of deze projecten uiteindelijk volledig met privaat geld, deels met andere publieke middelen worden bekostigd of in aangepaste en kleinere vorm worden uitgevoerd. De administratieve lasten zijn ten opzichte van het Nederlandse subsidiebedrag eveneens vergelijkbaar met andere innovatieregelingen, terwijl de doelmatigheid van de uitvoering hoog is in vergelijking tot andere innovatieregelingen hoog is.

Voor overige resultaten van de evaluatie verwijzen wij naar (de samenvatting in) de rapportage.

Het onderzoek
Het onderzoek evalueert de Nederlandse deelname aan Eureka Clusters, Eurostars en Joint Technology Initiatives (JTI’s) in periode 2013-2018. Het doel van deze evaluatie is om het doelgroepbereik, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid, en de doelmatigheid van de uitvoering in beeld te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Gebruikte methode
Er zijn verschillende onderzoeksmethoden toegepast om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Het onderzoek bestaat uit (i) een literatuurstudie, (ii) de resultaten van een serie diepte-interviews, (iii) de inzichten uit een online enquête, (iv) een aantal descriptieve analyses voor alle regelingen en (v) econometrische analyses over het Eurostars programma, waarbij gebruik is gemaakt van regression-discontinuity-design (RDD) en difference-in-differences (DID) analyses.