Het onderzoek
Op 1 september 2016 is de wet Verbeterde premieregeling in werking getreden. In de wet is opgenomen dat deze drie jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. Door de wet is de deelnemer niet langer verplicht om het opgebouwde pensioenkapitaal uiterlijk op de pensioeningangsdatum in één keer om te zetten in een vaste uitkering, maar kan er ook voor gekozen worden om het opgebouwde pensioenkapitaal tijdens de uitkeringsfase gedeeltelijk te laten doorbeleggen. Hierdoor wordt het pensioenresultaat minder afhankelijk van de waarde van de beleggingsportefeuille en de rentestand op dat specifieke moment (conversierisico). Ten tweede biedt de wet Verbeterde premieregeling ruimere beleggingsmogelijkheden in de opbouwfase. Naarmate de pensioeningangsdatum naderde moesten beleggingen in zakelijke waarden worden afgebouwd. Bij keuze voor de variabele uitkering kan langer in zakelijke waarden worden belegd. De keerzijde is dat de variabele uitkeringsproducten meer onzekerheid met zich brengen over de hoogte van de uitkering. De kernvraag van de evaluatie was of het met de wet gelukt is om deelnemers in de praktijk de keuze te geven voor een variabele uitkering.

Gebruikte methodes
In de onderzoeksaanpak zijn verschillende methoden gecombineerd. In de eerste plaats is literatuuronderzoek gedaan naar de opzet, het doel en de werking van de Wvp, en eerder onderzoek dat variabele uitkeringsproducten vergelijkt op een rij gezet. Daarnaast is gebruik gemaakt van statistische informatie van AFM en DNB over de aanbieders van deze producten en de keuzes die deelnemers in de praktijk maken. In aanvulling daarop is een steekproef van uitkeringsproducten vergeleken op een aantal karakteristieken. Om een beter beeld te krijgen van de overwegingen van uitvoerders, werkgevers en werknemers, adviseurs en toezichthouders is een aantal interviews gevoerd en is een enquête gehouden onder pensioenadviseurs. Ten slotte is in een bijeenkomst met vertegenwoordigers van alle stakeholders een aantal voorlopige conclusies besproken en zijn knelpunten en oplossingsrichtingen getoetst.

Resultaten
Door de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) hebben deelnemers in premieregelingen in de praktijk de keuze gekregen tussen een vaste en een variabele uitkering. In 2018 waren er tien uitvoerders die variabele uitkeringsproducten uitvoerden, waaronder drie grote verzekeraars. Deze producten verschillen op veel dimensies behoorlijk, onder andere op het percentage zakelijke waarden en de mate waarin risico’s gedeeld worden. Deelnemers komen in de praktijk voor 95 procent in de vaste uitkering (de default) terecht omdat zij behoefte hebben aan zekerheid of omdat zij niet actief kiezen. Mogelijke verbeteringen van de wet hebben betrekking op het beperken van risico’s en verbeteren van vergelijkbaarheid door meer kaderstelling aan producten, het verbeteren van de informatievoorziening en het toegankelijker maken van advisering aan deelnemers.