pagina

Studieprestaties van allochtone studenten


Publicatienummer: 2008-19
Auteurs: J. Holleman, D. de Graaf, P. Berkhout
Opdrachtgever: Bestuursstaf van de Universiteit van Amsterdam 
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-6733-440-2

Dit rapport doet verslag van een kwantitatief onderzoek naar de studieprestaties van allochtone studenten van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ten grondslag aan het onderzoek ligt de populatie van de studenten die in 2000, 2002, 2004 of 2006 aan de UvA zijn gaan studeren. Om de verstorende effecten van afwijkende studietrajecten uit te sluiten, beperken de analyses zich tot de voltijdstudenten met een vwo-vooropleiding. 

Drie indicatoren voor studieprestaties zijn onderzocht: 

  • het behaalde aantal studiepunten (gemiddeld per inschrijvingsjaar);
  • de studieduur tot aan het master-/doctoraalexamen; 
  • uitval uit de studie (vertrek van de UvA) zonder diploma.

Uit de analyses van elk van de studieprestaties blijkt dat de UvA-studenten met een buitenlandse achtergrond duidelijk achterblijven bij die van autochtone studenten. Een voltijdstudent van de UvA met vwo-vooropleiding haalt gemiddeld per inschrijvingsjaar 39 studiepunten. Niet-westerse allochtonen halen per jaar 4 studiepunten minder dan autochtonen. Westerse allochtonen halen 1 punt per jaar minder dan autochtonen. Het aantal behaalde studiepunten in het eerste studiejaar is hieraan nagenoeg gelijk. 

De verwachte studieduur van de studenten die in 2000 en 2002 zijn gestart, bedraagt 66 maanden (vijf en een half jaar). Uit een duuranalyse blijkt dat allochtonen significant langer over hun studie doen. Studenten met een niet-westerse achtergrond doen er 3 procent langer over (twee maanden) en westerse allochtonen 2 procent langer (één maand). 

De gemiddelde uitvalkans van de lichting 2000/2002 is 33 procent. Ook bij deze indicator voor studieprestaties scoren niet-westerse allochtonen significant slechter dan autochtonen. De kans van niet-westerse allochtonen om ongediplomeerd de UvA te verlaten is 7 procentpunt groter. In het eerste studiejaar is het verschil kleiner. In die periode hebben niet-westerse allochtonen 4 procentpunt meer kans om uit te vallen dan autochtone studenten. Daarbij moet worden aangetekend dat de gemiddelde kans al in het eerste jaar uit te vallen ook kleiner is, namelijk 20 procent. De uitvalkans voor westerse allochtonen is niet significant groter dan die voor autochtonen. 

Vrouwen leveren betere studieprestaties dan mannen. Dat geldt in het bijzonder bij Turken. Turkse vrouwen halen niet veel minder studiepunten dan autochtone vrouwen. Mede daardoor presteren de Turken van de vier grote groepen niet-westerse allochtonen het beste tijdens hun opleiding. Antillianen presteren het minst goed. Als wordt ingezoomd op de verschillende faculteiten van de UvA, dan blijken niet-westerse allochtonen het naar verhouding goed te doen bij Tandheelkunde. Bij de faculteit Interdisciplinaire studies presteren niet-westerse allochtonen juist relatief slecht. 



Categorie: 2008, Djoerd de Graaf, Arbeid & Onderwijs