pagina

VO-diploma met vakken van verschillend niveau


Publicatienummer: 2020-03
Auteurs: Djoerd de Graaf, Anne Luc van der Vegt (Oberon), Hilde Bekkers (Oberon), Kyle van den Langenberg (Oberon), Tom Stolp, Anke Suijkerbuijk (Oberon), Koen van der Ven
Opdrachtgever: ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-5220-040-8

Resultaten
Vak afsluiten op hoger niveau neemt geleidelijk toe; ervaringen zijn positief
Het komt steeds vaker voor dat leerlingen in het voortgezet onderwijs een vak afsluiten op een hoger niveau, vooral als ze afkomstig zijn van vmbo-basis (8 procent) en vmbo-kader (4 procent). Deze mogelijkheid is voordelig voor hun intrinsieke motivatie. Het aanbieden van een vak op hoger niveau is volgens vo-scholen ook goed te organiseren, hoewel het een extra inspanning vraagt. Daarbij speelt mee dat de leerlingen gemotiveerd zijn en dat het een klein aantal betreft. Bij doorstroom naar mbo- en hbo-opleidingen zeggen leerlingen vaak voordeel te ondervinden van de extra kennis en vaardigheden die ze hebben opgedaan.

Vak op lager niveau biedt kansen, maar ook risico’s; garanties gewenst voor toegankelijkheid vervolgonderwijs
De interesse onder leerlingen voor ook het volgen van een vak op een lager niveau lijkt aanzienlijk. Scholen vinden dat de mogelijkheid er zou moeten zijn voor de groep ‘eenzijdig (cognitief) onbegaafde’ leerlingen, voor wie één vak(categorie) een onoverkomelijke barrière vormt. Dat ene vak mag niet één van de kernvakken zijn. Bovendien moet het gaan om leerlingen die niet kunnen profiteren van de huidige mogelijkheden voor compensatie en vrijstellingen. Naar schatting bestaat de doelgroep voor een vak op een lager niveau dan ook uit hooguit enkele procenten van de vo-leerlingen. Indien de mogelijkheid van een vak op een lager niveau wordt gecreëerd, ligt het voor de hand de voorwaarden te regelen in het Eindexamenbesluit, zodat alle leerlingen toelaatbaar blijven in het vervolgonderwijs.

Het onderzoek
De afgelopen jaren zijn er in het voortgezet onderwijs meer mogelijkheden gekomen voor maatwerk. Zo kunnen leerlingen al ruim tien jaar vakken afsluiten op een hoger niveau. Tot nu toe is het niet mogelijk om vakken op een lager niveau mee te laten tellen voor een diploma op het niveau waarop de andere vakken worden gevolgd. Hiervoor wordt wel gepleit. Dit onderzoek inventariseert in opdracht van het ministerie van OCW de voor- en nadelen van diploma’s met vakken op verschillende niveaus. Daarbij zijn de effecten op verschillende actoren onderwerp van onderzoek:

  • motivatie, prestaties en kansengelijkheid van leerlingen in het voortgezet onderwijs,
  • organisatielast van vo-scholen,
  • toelating tot en succes in het vervolgonderwijs, evenals de organisatielast van de instellingen.

Gebruikte methode
Het onderzoek is uitgevoerd met een mixed methods benadering. Allereerst is de relevante onderzoeksliteratuur bestudeerd. Op basis van de bevindingen zijn analyses gedaan op de DUO-registratiebestanden, die informatie geven over examenresultaten en schoolloopbanen. Om de ervaringen van betrokkenen in kaart te brengen zijn enquêtes uitgevoerd onder vertegenwoordigers van vo-scholen en oud-leerlingen. Ten slotte zijn telefonische interviews gehouden met een selectie van vo-scholen en vervolgopleidingen.


Categorie: 2020, Tom Stolp, Koen van der Ven, Arbeid & Onderwijs