Publicatie
Dé kostprijs bestaat niet
Doel van het onderzoek
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft SEO Economisch Onderzoek gevraagd om samen met AYIT Consultancy en BDO Accountants & Adviseurs onderzoek te doen naar kostprijzen binnen de kinderopvang. Specifiek betreft het kostprijzen van de productsoorten dagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang (bso) en gastouderopvang. Het doel van het onderzoek is om meer zicht te krijgen op (i) de feitelijke kostprijzen van kinderopvang, (ii) de variatie in kostprijzen binnen de sector en (iii) verklaringen voor deze variatie. Alle in het onderzoek gebruikte data hebben betrekking op het (boek)jaar 2023. Naast lessen voor het huidige financieringsstelsel biedt het onderzoek ook inzichten die relevant zijn voor het nieuwe stelsel, specifiek voor eventuele prijsregulering.
Dit onderzoek richt zich op wat de werkelijke kostprijs is binnen de sector (feitelijke kostprijzen), niet wat deze zou moeten zijn (genormeerde kostprijzen). Bij het vaststellen van de werkelijke kostprijs zijn enkele keuzes gemaakt met een normatief karakter, zoals de toepassing van een verdeelsleutel voor het toerekenen van kosten aan productsoorten en de waardering van de tijdsinzet van zowel ondernemers als gastouders. Deze normeringen zijn van invloed op de uitkomsten en dienen bij de interpretatie daarvan in acht te worden genomen.
Belangrijkste resultaten
Dit onderzoek toont aan dat de spreiding in kostprijzen substantieel is, ook binnen afzonderlijke opvangvormen; ergo, dé kostprijs bestaat niet. Voor dagopvang en bso is het verschil in kostprijzen tussen het eerste en derde kwartiel (interkwartielafstand) respectievelijk ongeveer 1,6 en 1,4 euro. Voor peuteropvang zien we een nog grotere spreiding, namelijk een interkwartielafstand van bijna 3 euro. De mediane kostprijs voor de dagopvang ligt ongeveer 0,50 euro boven het maximaal subsidiabel uurtarief (in het vervolg: maximumuurprijs) van 9,12 euro in 2023. De maximumuurprijs is de maximaal door de overheid vergoede uurprijs binnen het stelsel van de kinderopvangtoeslag. De mediane kostprijs voor de bso ligt 0,20 euro onder de maximumuurprijs van 7,85 euro in 2023. Daarnaast blijkt dat de kostprijs van peuteropvang 1 euro per kinduur hoger is dan die van de dagopvang. De relatief hoge kostprijs van peuteropvang wordt grotendeels gedreven door de samenloop met aanbod van voorschoolse educatie (VE).
Een deel van de variatie in kostprijzen wordt verklaard door meetbare verschillen tussen organisaties, zoals eigendom van locaties, schaalgrootte, mate van VE-aanbod en mate van stedelijkheid van het gebied waarin de organisatie opereert. Zo hebben organisaties met relatief veel panden in eigendom – in het verleden aangekocht tegen doorgaans gunstige voorwaarden – lagere huisvestingskosten. Organisaties met veel VE-aanbod hebben gemiddeld een ongeveer 1 euro hogere kostprijs voor peuteropvang dan die met weinig of geen VE-aanbod, vooral vanwege een lagere bezetting. Verder zien we voor de bso een 0,73 euro hogere totale kostprijs voor organisaties die vooral in zeer stedelijke gebieden zitten ten opzichte van organisaties die voornamelijk in weinig stedelijke gebieden zitten. Het verschil wordt grotendeels gedreven door verschillen in huisvestingskosten. Uit het onderzoek blijkt echter ook dat een aanzienlijk deel van de variatie in kostprijzen niet kan worden verklaard met de beschikbare data.
De kostprijzen in de gastouderopvang zijn sterk afhankelijk van de gekozen waardering voor de tijdsinzet van de gastouder. Bij alle door ons gekozen waarderingsgronden ligt de mediane kostprijs boven de maximumuurprijs van 6,85 euro (in 2023).
Heeft u vragen over deze publicatie?
Neem contact met Remco van Eijkel op via telefoon of mail. Hij zal zo spoedig mogelijk reageren op uw vragen.
Remco van Eijkel
"*" geeft vereiste velden aan