pagina

De opkomst en groei van de kluseconomie in Nederland


Publicatienummer: 2018-37
Auteurs: Bas ter Weel, Siemen van der Werff, Hanneke Bennaars (HSI), Robert Scholte, Julie Fijnje, Mies Westerveld (HSI) & Ton Mertens (UvA)
Opdrachtgever: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-6733-913-1

Resultaten
De omvang van de kluseconomie in Nederland is klein: 0,4 procent van de beroepsbevolking (34.000 werkers) is actief. De groei is stevig geweest. De potentie is afhankelijk van de mogelijkheden om de huidige activiteiten op te schalen en nieuwe activiteiten te ontwikkelen. Daarnaast lijkt er ruimte voor toetreders die nieuwe diensten aanbieden. De organisatie van werk vindt op verschillende manieren plaats, waarbij het meest wordt gewerkt met zelfstandige ondernemers. De toegang tot werk via een platform is laagdrempelig, waarbij de werker voor werk en inkomen relatief afhankelijk is van het platform. In de kluseconomie wordt gebruikgemaakt van de huidige juridische context om de arbeidsrelaties zoveel mogelijk vorm te geven als opdrachtovereenkomst. Voor de bemiddelende positie van platforms geldt dat dit zou kunnen vallen onder de regels voor arbeidsbemiddeling of terbeschikkingstelling. Net als in de reguliere economie kan ook in de kluseconomie sprake zijn van kwetsbaar werk. De kluseconomie kan soms ook juist kwetsbaarheid verminderen.

Het onderzoek
De opkomst en groei van de kluseconomie roept de vraag op in hoeverre het werk dat wordt verricht nieuw of anders is in vergelijking met traditioneel werk. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft SEO gevraagd om de opkomst en omvang van de kluseconomie in Nederland in beeld te brengen. Bedrijven en overheden zien kansen wanneer consumenten en bedrijven elkaar op een nieuwe manier diensten verlenen en wanneer onbenutte capaciteit wordt benut. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om maaltijdbezorging, personenvervoer en professionele en huishoudelijke dienstverlening via platforms. In de kluseconomie is sprake van het effici├źnter bij elkaar brengen van vraag en aanbod met innovatieve technologie door relatief jonge bedrijven. Tegelijkertijd zijn er vragen over wat de kluseconomie nu precies is, hoe groot het fenomeen is en in potentie kan worden en in hoeverre we te maken hebben met nieuwe vormen van werk. Ook is het niet altijd duidelijk hoe het werk geduid moet worden in arbeidsrechtelijke, sociaalzekerheidsrechtelijke en fiscaalrechtelijke zin. Deze studie definieert en inventariseert de stand van zaken met betrekking tot de omvang en potentie van de kluseconomie in Nederland, de werkpraktijk en de gevolgen in arbeidsrechtelijke, sociaalzekerheidsrechtelijke en fiscaalrechtelijke zin. Het onderzoek is een nulmeting waarin wordt beschreven hoe bestaande en nieuwe platforms kunnen worden geduid en wat de implicaties zijn voor beleid. Hierbij gaan we uit van een relatief smalle definitie van de kluseconomie, waarbij het gaat om werkenden die fysieke arbeid verrichten in Nederland en die primair via een internetplatform (een app of website) aan opdrachten komen.

Gebruikte methode
Op basis van literatuuronderzoek, interviews en focusgroepgesprekken met platforms, klussers en bonden van werkgevers en werknemers, en een online enquete onder een representatief deel van de Nederlandse beroepsbevolking is een beeld gevormd over de kluseconomie in Nederland.

 

Lees ook de brief aan de Tweede Kamer waarin het kabinet reageert op de uitkomsten van het onderzoek.


Categorie: 2018, Bas ter Weel, Siemen van der Werff, Robert Scholte, Arbeid & Onderwijs, in the spotlight