pagina

Monitor Ad-ronde 4B


Publicatienummer: 2016-81
Auteurs: J. Mulder, A. Westerhuis & M. Imandt
In opdracht van: ECBO
Uitgever: ECBO en SEO Economisch Onderzoek

In 2011 is een experiment gestart waarbij hogescholen in samenwerking met een mbo-instelling Associate degree-programma’s (Ad-programma’s) verzorgen. In de reeks van Ad-pilots was dit pilotronde 4B. Het kernthema van ronde 4B is samen te vatten in de veronderstelling dat samenwerking bijdraagt aan het efficiënter maken van doorlopende leerlijnen tussen het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en het hoger beroepsonderwijs (hbo) en de hbo-instroom vanuit het mbo zal vergroten.

De opbrengsten van pilotronde 4B zijn in termen van wat de ronde in werking heeft gezet bescheiden te noemen. We kunnen niet stellen dat mbo- en hbo-instelling bewuster over samenwerking zijn gaan nadenken. Evenmin kan worden gesteld dat door de samenwerking bij uitvoering van pilot 4B de sociale norm is veranderd en de Ad een ‘normaal’ vervolgtraject voor een mbo-student is geworden. De samenwerking is bovendien in vier van de gestarte pilots voortijdig beëindigd. Dat de overstap voor mbo-studenten naar het hbo/de Ad gemakkelijker wordt door de betrokkenheid van het mbo, blijkt niet uit de uitvalcijfers. Niettemin geeft pilotronde 4B wel ondersteuning aan deze veronderstelling. De voor de pilotronde unieke operationele samenwerking bood namelijk een context om verschillen in de programmaopbouw en didactische aanpak tussen mbo en hbo te benoemen, te evalueren en de opleiding concreet aan te passen. De start op een mbo-locatie doet er minder toe.

De opbrengsten zitten in de processen die door de samenwerking mogelijk zijn gemaakt. Samenwerking met het hbo biedt mbo-docenten ontwikkelmogelijkheden, zoals de samenwerking met het mbo deze aan hbo-docenten biedt. Ook op instellingsniveau zijn ook mogelijkheden om van elkaar te leren benoemd. Daar staat tegenover dat op bestuurlijk niveau de samenwerking in 4B weinig sporen heeft nagelaten. De pilotronde Ad 4B heeft de mbo-hbo samenwerking in het uitvoeren van Ad-programma’s niet op de kaart gezet. Dat lijkt vooral de Hogeschool Rotterdam met de Rotterdam Academy te hebben gedaan. En de uiteindelijk eenduidige positie van de Ad in de kwalificatiestructuur van het hoger onderwijs. Het is niet uit te sluiten dat pas met het eenduidige profiel van de Ad de samenwerking tussen mbo en hbo een bepaalde logica heeft gekregen, waarbij uit het succes van het RAC kon worden afgeleid dat de Ad als samenwerkingsconfiguratie van het mbo en het hbo een zekere toekomst heeft, ook al omdat in deze constellatie de Ad nieuwe studentengroepen trekt die anders niet naar een hbo-opleiding zouden zijn gegaan.


Categorie: 2016, Arbeid & Onderwijs