pagina

Uit de schaduw van het bankwezen


Publicatienummer: 2013-31
Auteurs: M. Kerste, B. Baarsma, J. Weda, N. Rosenboom, W. Rougoor, P. Risseeuw
Opdrachtgever: Holland Financial Centre
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-6733-702-1

Het financiële systeem bestaat enerzijds uit instellingen die mensen kennen: banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Het andere deel van het financiële systeem bestaat uit overige financiële instellingen (ofi’s). Mede vanwege de onbekendheid van deze ofi’s boezemt deze sector bij het grote publiek en de politiek vooral wantrouwen in. Dit onderzoek is erop gericht om de onbekendheid met overige financiële instellingen te verminderen door (1) kwalitatief te omschrijven welke activiteiten deze instellingen uitvoeren en (2) door waar mogelijk kwantitatief inzichtelijk te maken om hoeveel geld, entiteiten en werkgelegenheid het gaat en wat de bijdrage hiervan is aan de reële economie.

De analyse van ofi’s valt in twee onderdelen uiteen: bijzondere financiële instellingen (bfi’s; in de volksmond ook wel ‘brievenbusmaatschappijen’) en schaduwbankieren (kredietverlening door de niet-bancaire sector).

De belangrijkste inzichten die het onderzoek heeft opgeleverd voor bfi’s:

  • De totale dividend-, rente-, en royaltystromen in Nederland bedroegen in 2010 in totaal ongeveer 153 miljard euro (inkomend) en 125 miljard euro (uitgaand). Daarvan is ca 65% dividend, 25% rente en 10% royalty’s.
  • Er is sprake van een relatief sterke concentratie van die stromen, de 10 grootste clusters van bfi’s zijn gezamenlijk goed voor circa 50% van de geldstromen.
  • De mate waarin er indicaties zijn van 'weinig tot geen belasting betalen' hangt af van het perspectief.
  • Als je de Nederlandse norm voor excessief lage belastingen hanteert is er bij circa 5% van de relevante geldstromen sprake van een dergelijke indicatie.
  • Als je ruimere normen hanteert, loopt die indicatie op tot een veelvoud daarvan, tot 40% van de relevante geldstromen.
  • Het aandeel van de ontwikkelingslanden in de relevante totale geldstromen bedraagt circa 2,5%.
  • Bijzondere financiële instellingen dragen 3 tot 3,4 miljard euro per jaar bij aan de Nederlandse economie in de vorm van belastingen, loonkosten en diensten die zij inkopen.
  • Bijzondere financiële instellingen verschaffen (direct en indirect) werkgelegenheid aan ongeveer 8.800 tot 13.000 fte.

De belangrijkste inzichten die het onderzoek heeft opgeleverd voor schaduwbankieren:

  • Balanstotaal bedraagt hierbij niet 3 biljoen (3.160 miljard) euro zoals in sommige publicaties naar voren komt, maar bijna 1.500 miljard euro.
  • Waar berekeningen in het verleden aannamen dat alle bfi’s tot het schaduwbankwezen behoren, blijkt dit alleen te gelden voor financiële bfi’s, d.w.z. bfi’s die gelieerd zijn aan een financiële groep.
  • Op basis van een aantal risico-indicatoren behoren alleen financieringsmaatschappijen tot de risicocategorie 'hoog'. De hoogste risicocategorie neemt daarmee een beperkt aandeel in het schaduwbankwezen in (9 procent). De risicocategorieën 'midden tot hoog' beslaan samen iets minder dan 25 procent van het schaduwbanksysteem.
  • Schaduwbankieren in Nederland staat voor het grootste deel indirect of op afstand onder toezicht.

Categorie: 2013, Nicole Rosenboom, Ward Rougoor