pagina

De kosten van ontslag met wederzijds goedvinden voor werkgevers


Publicatienummer: 2017-25
Auteurs: A. Heyma, S. van der Werff, L. Megens, H. Bennaars (Hugo Sinzheimer Instituut) en M. Engelen (De Beleidsonderzoekers)
Opdrachtgever: ministerie van Economische Zaken
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-6733-862-2

Ontslag met wederzijds goedvinden is met een aandeel van circa 70 procent de meest voorkomende ontslagroute in 2015-2016. Het aandeel ervan in het totaal aantal ontslagen is sinds 2011-2012 gestegen (toen 61 procent), terwijl het totaal aantal ontslagen is afgenomen. De kosten van ontslag met wederzijds goedvinden zijn met ongeveer 2 procent gestegen sinds de jaren 2011-2012. Dat is het saldo van een daling met 20 procent van de hoogte van ontslagvergoedingen aan ontslagen werknemers en een stijging van tijdbestedingskosten, juridische kosten en vooral de kosten van improductiviteit van de ontslagen werknemers. De meeste werkgevers geven aan dat zij werknemers met vaste contracten niet eerder of later ontslaan door de nieuwe ontslagregels in de Wet Werk en Zekerheid (Wwz).

Dit zijn de belangrijkste resultaten uit onderzoek om op empirische basis de kosten voor werkgevers bij ontslag met wederzijds goedvinden te bepalen gedurende de periode 2015-2016. Dit zijn ontslagen waarbij partijen in onderling overleg uit elkaar gaan, zonder gerechtelijke procedure, bijvoorbeeld omdat de werkgever vindt dat de werknemer niet goed meer functioneert of omdat er bedrijfseconomische redenen zijn. Daarnaast leidt dit onderzoek tot een antwoord op de vraag of werkgevers langer wachten met het ontslaan van werknemers door een mogelijk gepercipieerde hoge(re) ontslagdrempel. De kosten van ontslag in 2015-2016 worden vergeleken met de berekende kosten uit vergelijkbaar onderzoek over de periode 2011-2012. In de tussentijd is de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) ingevoerd, waarin de regels met betrekking tot de ontslagroutes via UWV en de kantonrechter zijn veranderd. Dit kan van invloed zijn op de gekozen ontslagroutes, de gepercipieerde ontslagdrempel en mogelijk ook op de kosten van ontslag met wederzijds goedvinden.

Het onderzoek is uitgevoerd onder werkgevers in Nederland met ten minste vijf werknemers in dienst. Werkgevers die onder het ambtenarenrecht vallen zijn vanwege hun bijzondere positie in het arbeidsrecht buiten het onderzoek gelaten. Geselecteerde werkgevers hebben een brief gekregen met een aankondiging van het onderzoek, waarbij zij zijn gevraagd een online vragenlijst in te vullen. Indien zij niet online respondeerden, zijn zij telefonisch benaderd. In totaal hebben 3.853 bedrijfsvestigingen gerespondeerd. Hiervan hebben 1.270 vestigingen één of meerdere ontslaggevallen gehad in 2015 en/of 2016. Daarnaast zijn er op twee momenten interviews gehouden met ervaringsdeskundigen op het gebied van ontslag met wederzijds goedvinden. Het eerste moment ligt voorafgaand aan de enquête om de vragenlijst zo accuraat mogelijk te maken. Het tweede moment is nadat de resultaten van de enquête bekend waren om aanvullende duiding van de resultaten te verkrijgen.


Categorie: Arjan Heyma, Siemen van der Werff, Arbeid & Onderwijs, 2017