pagina

Jonggehandicapten onder de Participatiewet


Publicatienummer: 2019-80
Auteurs: Lucy Kok, Lennart Kroon en Marloes Lammers (SEO),
Rosanne Oomkens en Michiel Linssen (Panteia)
Met medewerking van: Pierre Koning en Maarten Lindeboom (VU),
Marjolein Sax en Mirjam Engelen (De Beleidsonderzoekers),
Auke Witkamp (Verwonderzoek)
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-5220-020-0

Resultaten
De 18-jarige jonggehandicapten onder de Participatiewet zijn vaker aan het werk dan de 18-jarige jonggehandicapten in de Wajong. In het derde jaar na instroom werkt van de eerste groep 38 procent tegenover 29 procent van de Wajongers. De groei in banen voor jonggehandicapten onder de Participatiewet zit met name in deeltijdbanen en contracten voor bepaalde tijd. Minder dan een vijfde van de nieuwe doelgroep doet een beroep op de bijstand. Dit komt voornamelijk doordat een aanzienlijk deel nog onderwijs volgt en daarom (nog) niet in aanmerking komt voor een reguliere bijstandsuitkering. De 18-jarige Wajonginstroom in 2014 heeft gemiddeld een hoger totaal bruto persoonlijk inkomen dan de 18-jarige jonggehandicapten. Jonggehandicapten onder de Participatiewet zijn weliswaar vaker aan het werk, maar dit compenseert niet het feit dat zij minder vaak een uitkering ontvangen. Ook jongeren die werken hebben onder de Participatiewet een lager inkomen dan onder de Wajong. Een van de oorzaken hiervan is dat onder de Wajong een deel van het inkomen uit arbeid niet wordt verrekend met de uitkering. Het overgrote deel van de geïnterviewde jongeren geeft aan te werken omdat zij niet thuis willen zitten en omdat zij zich nuttig willen voelen. Toch zeggen veel jongeren in tweede instantie dat ze “natuurlijk ook geld willen verdienen”. Jongeren die een bijstandsuitkering ontvangen, lijken vaker dan jongeren met een Wajong-uitkering een financiële prikkel te ervaren om te werken.

Het onderzoek
Vanaf 2015 is de Wajong niet langer toegankelijk voor jonggehandicapten die 18 jaar worden en arbeidsvermogen hebben. Zij vallen onder de Participatiewet, wat hen recht geeft op bijstand en hulp van de gemeente bij het vinden van werk. De vraag is wat er met deze voormalige jaarlijkse Wajong-instroom gebeurt: vinden zij een baan, zijn zij anderszins actief of vallen zij terug op hun ouders? En welke rol spelen gemeenten in het aan het werk helpen van deze nieuwe doelgroep? Maakt hun dienstverlening een verschil met de (voormalige) dienstverlening door UWV? Het onderzoek is uitgevoerd met subsidie van Instituut Gak en uitgevoerd in samenwerking met Panteia en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Methode
Dit onderzoek beschrijft welke gevolgen de Participatiewet heeft voor 18-jarige jonggehandicapten die in 2015 bij ongewijzigd beleid in de Wajong zouden zijn ingestroomd. SEO Economisch Onderzoek heeft in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam een kwantitatief onderzoek uitgevoerd gebaseerd op databestanden van het CBS tot en met december 2018. Omdat jonggehandicapten onder de Participatiewet niet als zodanig herkenbaar zijn, is een groep geselecteerd die in 2015 18 jaar werd en dezelfde kenmerken had als degenen die in 2014 18 jaar werden en instroomden in de Wajong. Deze jongeren met ‘Wajong-kenmerken’ stromen vanaf 2015 dus grotendeels niet meer in de Wajong in, maar zouden dat bij ongewijzigd beleid met grote waarschijnlijkheid wel hebben gedaan. De resultaten zijn dus gebaseerd op een schatting en gelden alleen voor de 18-jarige instroom in de Participatiewet. Panteia heeft een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. In 2017 en 2018 zijn casestudies uitgevoerd onder gemeenten. In 2019 zijn 45 interviews afgenomen met arbeidsbeperkte jongeren, enkele ouders, werkgevers en enkele jobcoaches.


Categorie: 2019, Lucy Kok, Lennart Kroon, Marloes Lammers, Zorg & Sociale Zekerheid, in the spotlight