pagina

Lof doet de leraar goed. Evaluatie LerarenOntwikkelFonds.


Publicatienummer: 2019-102
Auteurs: Emina van den Berg & Paul Bisschop
Opdrachtgever: ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-5220-033-0

Resultaten
Uitvoering van het LOF
Over elke vorm van ondersteuning die wordt geboden vanuit de LOF-organisatie is een meerderheid van de LOF-leraren tevreden. Het meest tevreden zijn leraren over hun LOF-coach in het eerste LOF-jaar en de intervisie binnen de expeditieteams. Van de verplichte Lerarenlabs wordt degene waarbij een leidinggevende aanwezig moet zijn het meest gewaardeerd. Ten aanzien van de bijdrage van de ondersteuningsstructuur aan een succesvolle uitvoering van het LOF door leraren, kan geconcludeerd worden dat leraren het meest baat hebben gehad bij de intervisie binnen de expeditieteams.

Uit de schoolcasussen komt bovendien naar voren dat het succes van het LOF meer zit in de gunstige voorwaarden van de subsidieregeling dan in de ondersteuningsstructuur. Zo geeft het LOF ruimte om aan een eigen idee te werken, waarbij het ontwikkelingsproces belangrijker is dan het eindproduct. Dit is volgens de geïnterviewde leraren en schoolleiders ten opzichte van andere subsidieregelingen in het onderwijs een uniek principe.

Effectiviteit van het LOF
Op microniveau (niveau van de individuele LOF-leraar) zijn alle doelstellingen behaald. Veel LOF-leraren geven aan dat het onderwijs in hun klas is vernieuwd en verbeterd en dat het LOF daar voor een groot deel aan heeft bijgedragen. Daarnaast is de professionalisering van LOF-leraren, geoperationaliseerd in aspecten van krachtig leraarschap, naar hun oordeel versterkt, en daarmee ook de beroepsgroep. Bovendien vinden LOF-leraren dat hun beroep aantrekkelijker is geworden door het LOF. Deze ontwikkelingen doen zich niet of in mindere mate voor bij leraren met een afgewezen LOF-aanvraag.

Ook op mesoniveau (niveau van de eigen school of de schoolsectie van de LOF-leraar) zijn de meeste doelstellingen behaald. Er is veelal sprake van vernieuwing van het onderwijs binnen scholen en sprake van verbeterde kennisdeling. Die ontwikkeling is duidelijker aanwezig bij LOF-leraren dan bij leraren met een afgewezen LOF-aanvraag. Op macroniveau (niveau van andere scholen in de directe omgeving van de LOF-leraar) is onvoldoende bewijs dat de doelstellingen zijn behaald. De uitrol van innovatieve projecten naar andere scholen is, mede gezien het tijdspad, nog nauwelijks van de grond gekomen.

Het onderzoek
Het ministerie van OCW heeft SEO Economisch Onderzoek gevraagd om het LOF te evalueren nu de regeling ten einde loopt. Het LOF is een subsidieregeling die onderwijsinnovatie van onderop stimuleert in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs. In totaal hebben 727 leraren vanuit het LOF twee jaar financiële en procesmatige ondersteuning gekregen bij het ontwikkelen en uitvoeren van hun innovatieve ideeën. De financiële ondersteuning van het LOF is vooral bedoeld voor het vrijroosteren van leraren, zodat zij er voldoende tijd en ruimte voor hebben. De procesmatige ondersteuning bestaat uit hulp bij de aanvraag, persoonlijke procesmatige coaching en een aantal fysieke bijeenkomsten (Lerarenlabs), waarin LOF-deelnemers elkaar ontmoeten en kennis uitwisselen. De evaluatie richt zich op twee hoofdvragen:

  1. Hoe goed is de subsidieregeling uitgevoerd?
  2. Hoe effectief is de subsidieregeling LOF?

Gebruikte methode
Wegens het ontbreken van systematische metingen van relevante indicatoren bij de groep leraren met een LOF-subsidie, leunt de evaluatie sterk op het subjectieve oordeel van leraren, uitgevraagd in een enquête. De enquête is aangevuld met een literatuurstudie, een reeks (groeps)interviews met betrokken partijen en zes verdiepende schoolcasussen. Dit maakt dat de evaluatie een beeld geeft van de waarschijnlijke effecten, en geen harde effectmeting is.

Het rapport is op 16 december 2019 aangeboden aan de Tweede Kamer, zie  https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/12/16/intensivering-aanpak-tekorten-in-het-onderwijs. De beleidsreactie op het rapport volgt in het voorjaar van 2020. 


Categorie: 2019, Emina van den Berg, Paul Bisschop, Arbeid & Onderwijs