pagina

Notitie Loonontwikkeling en de rol van de overheid


Publicatienummer: 2017-90
Auteurs:
A. Heyma & B. ter Weel
In opdracht van: ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek

Al enige tijd geven verschillende economen en vertegenwoordigers van gerenommeerde instituten een ongevraagd advies aan werkgevers, werknemers en de politiek: het is tijd voor een substantiële looncorrectie naar boven. In dit essay gaan we op zoek naar argumenten waarom een loonimpuls wel of niet wenselijk zou zijn.

We zetten eerst een aantal feiten op een rij en beginnen met de loonontwikkeling zelf, zowel in historisch als internationaal perspectief (is een loonimpuls nodig?), zetten die af tegen de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit (toegevoegde waarde), ten opzichte van de beloning van kapitaal (AIQ) en in het licht van de lastenontwikkeling (wig). Vervolgens gaan we in op de vraag waarom de arbeidsmarkt via het mechanisme van vraag en aanbod eigenlijk niet al zorgt voor een sterkere loonontwikkeling. Daarna komen de macro-economische gevolgen van een loonimpuls aan bod (o.a. consumptie, werkloosheid en de internationale concurrentiepositie) en specifiek de gevolgen voor de overheidsfinanciën (o.a. sociale zekerheid en belastingopbrengsten). Wat moet de overheid gezien de beloningspositie van ambtenaren doen wanneer de marktlonen substantieel worden verhoogd om aantrekkelijk te blijven als werkgever? En bij wie ligt eigenlijk het initiatief voor een eventuele loonimpuls?

Het essay wordt afgesloten met enkele conclusies. Het loonniveau is in Nederland relatief hoog als het wordt vergeleken met andere ontwikkelde landen. Dit loonniveau past goed bij de gemiddelde arbeidsproductiviteit. De afgelopen jaren zijn de gemiddelde lonen in Nederland gestegen en gaan ze hand in hand met de productiviteitsgroei. Pas sinds de tweede helft van 2017 is sprake van krapte op de arbeidsmarkt, waardoor er daarom nu pas druk op de lonen ontstaat. Nederland kent nog een groot aantal mensen dat niet werkt of dat meer uren zou willen werken. Daarnaast is de participatie van ouderen en vrouwen verder toegenomen. Dit extra (potentiële) arbeidsaanbod leidt tot een relatief lage druk op de lonen. Een andere factor die de loonontwikkeling matigt is het aantal mensen dat werkt op basis van een flexibele arbeidsrelatie (zzp’ers, flexcontracten, etc.). Deze mensen zijn minder goed georganiseerd en hebben minder onderhandelingsmacht wat tezamen met een verzwakte positie van vakbonden de loondruk matigt. Ten slotte is Nederland een kleine open economie waardoor het moeilijk is om prijzen te zetten. Een forse loonstijging kan onze economie uit de markt prijzen.

Het algemene beeld dat ontstaat is dat met een aantrekkende conjunctuur een loonimpuls niet nodig is. Meer mensen vinden werk, wat vanzelf zal leiden tot opwaartse druk op de lonen. Een loonstijging brengt vraag en aanbod van arbeid beter met elkaar in evenwicht. Vanuit het oogpunt van efficiëntie is het raadzaam dat de markt hier het voortouw neemt en dat de overheid de loonontwikkeling volgt.


Categorie: 2017, Arjan Heyma, Bas ter Weel, Arbeid & Onderwijs