pagina

Schoolkosten voor 16- en 17-jarige mbo'ers


Publicatienummer: 2016-62
Auteurs:
E. van den Berg, L. Megens, F. Scholten, A. van der Vegt
In opdracht van:
Ministerie van OCW
Uitgever:
SEO Economisch Onderzoek en Oberon

Naast de algemene schoolkosten in het mbo (zie rapport Schoolkostenmonitor 2015-2016), zijn in het schooljaar 2015-2016 de schoolkosten voor 16- en 17-jarige mbo-ers vastgesteld en vergeleken met oudere mbo’ers. Dit in het licht van de afgeschafte tegemoetkoming in de studiekosten (WTOS) voor deze doelgroep. Op basis van die vergelijking blijkt dat de schoolkosten van 16- en 17-jarige mbo’ers gemiddeld ruim twee zo hoog zijn als dat van oudere mbo’ers (€1.400 ten opzichte van €600 per jaar). Het verschil wordt grotendeels veroorzaakt door de reiskosten (gemiddeld €600 per jaar), omdat er tot 18 jaar nog geen recht is een studentenreisproduct. De rest van het verschil in kosten komt doordat het eerste leerjaar duurder is dan latere leerjaren.

De hoogte van de schoolkosten speelt voor sommige studenten een rol bij de keuze van een mbo-opleiding. Voor de gemiddelde mbo-student is die rol klein. Binnen gezinnen met lage inkomens is die rol groter. Eén op de drie ondervraagde ouders met een laag inkomen geeft namelijk aan dat de schoolkosten een grote tot zeer grote rol hebben gespeeld bij de schoolkeuze. (Bij een gemiddelde mbo-student is dat één op de vijf.) Acht van de 31 ondervraagde mbo-instellingen signaleren een toenemende rol van de schoolkosten bij de schoolkeuze. Volgens de instellingen gaat het met name om de reiskosten die worden meegewogen. Per 1 januari 2017 zal daar verandering in komen omdat alle mbo’ers, ongeacht hun leeftijd, dan recht hebben op een studentenreisproduct. Of de afschaffing van de WTOS heeft geleidt tot ander keuzegedrag van studenten in de vorm van afwijking naar de havo of het geheel afzien van vervolgonderwijs, is op basis van dit onderzoek niet duidelijk geworden.

Mbo-instellingen komen ouders van studenten enigszins tegemoet wanneer zij de schoolkosten niet kunnen betalen. In de meeste gevallen is het mogelijk om een betalingsregeling te treffen. Daarnaast is het bij één op de vijf instellingen mogelijk om een tegemoetkoming aan te vragen voor specifieke kosten. Ouders met een laag inkomen maken daar ook gebruik van. 36 procent van de bevraagde ouders met een inkomen tot €1.600 netto per maand krijgt een tegemoetkoming of maakt gebruik van een regeling van de school. Deze ouders ontvangen vaak ook andere tegemoetkomingen, zoals het kindgebonden budget, een tegemoetkoming van gemeenten of van particuliere organisaties zoals Stichting Leergeld.


Categorie: 2016, Emina van den Berg, Arbeid & Onderwijs