Het onderzoek
Naar aanleiding van berichten over excessieve winsten in de zorg wil het ministerie van VWS onderzoeken of het aanvullende voorwaarden kan stellen aan dividenduitkering door zorgaanbieders. Het gekozen vertrekpunt is dat zorginstellingen pas dividend mogen uitkeren als zij financieel gezond zijn. Ook wil het ministerie onderzoeken of het mogelijk is een norm te stellen voor een maatschappelijk maximaal aanvaardbare dividenduitkering. Het ministerie heeft SEO Economisch Onderzoek en BDO gevraagd deze vragen te beantwoorden voor extramurale zorgaanbieders en onderaannemers van intramurale zorgaanbieders binnen de domeinen van de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg en de Jeugdwet. Deze zorgaanbieders mogen momenteel dividend uitkeren.

Resultaten
De financiële gezondheid kan worden beoordeeld op basis van de volgende normen:  een positief rendement, een solvabiliteit van dertig procent, en twee liquiditeitsnormen. Tussen de zeventig en tachtig procent van de bv’s realiseert een positief resultaat en heeft dus winst om eventueel uit te keren. Van de bv’s voldoet daarnaast tussen vijftig tot zestig procent aan de norm voor solvabiliteit. Wanneer ook de liquiditeitsnormen worden toegepast, resteert 36 procent van de aanbieders (wijkverpleging) tot 48 procent (jeugdzorg). Dit betekent dat de overige 52 tot 64 procent potentieel geraakt zou worden door toepassing van voornoemde normen. Of zij daadwerkelijk geraakt worden door het toepassen van de ratio’s hangt af van of zij nu wel dividend uitkeren.

Voor het maximeren van de dividenduitkering zijn de volgende opties onderzocht:

  1. Norm op basis van rendement op geïnvesteerd vermogen.
  2. Norm op basis van de winst als percentage van de omzet
  3. De mogelijkheid om winst uit te keren totdat de organisatie niet meer financieel gezond is

Optie 3 gaat het uitkeren van excessieve dividenduitkeringen niet tegen, omdat het juist winstgevende zorgaanbieders zijn die aan de normen voor financiële gezondheid voldoen. Voor opties 1 en 2 kan de minister bij het bepalen van de hoogte van de norm aansluiten bij de berekenen van de NZa voor het vaststellen van de tarieven. In de tarieven die de NZa vaststelt voor de extramurale zorg zit een vergoeding voor de kosten van kapitaal van zes à zeven procent van een normatief eigen vermogen dat voldoende zou moeten zijn om risico’s op te vangen. Als percentage van de omzet gaat het om circa één procent. Nadeel van beide normen is dat deze gebaseerd zijn op gemiddelden en voor een specifiek bedrijf niet hoeven aan te sluiten bij de feitelijke kosten van kapitaal. Risicovolle investeringen worden daardoor onvoldoende beloond. Van de aanbieders in de extramurale zorg heeft zeventig tot tachtig procent een rendement op eigen vermogen van meer dan tien procent. Deze zorgaanbieders mogen dus niet de volledige winst uitkeren als dividend bij een hypothetische maximumnorm van tien procent van het eigen vermogen (zeven procent plus een risico-opslag van drie procent).

Voor beide normen geldt dat er mogelijkheden tot ontwijking zijn en dat er zowel negatieve als positieve effecten zijn op de betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg. De normen brengen extra administratieve lasten en uitvoeringskosten met zich mee. Het is de vraag of deze opwegen tegen de mogelijke baten van een norm.

Methode
Het onderzoek is uitgevoerd op basis van deskresearch, interviews en een kwantitatieve analyse op de jaarcijfers van zorgaanbieders. De kwantitatieve analyse is gebaseerd op de volgende databronnen:

  1. Jaarverantwoordingsgegevens over de boekjaren 2018 en 2017 van intramurale en extramurale zorginstellingen die verplicht zijn jaarlijks financieel verantwoording af te leggen.
  2. Jaarverslagen over 2017 en 2018 van 15 onderaannemers van zorginstellingen die geen verplichting hebben zich jaarlijks te verantwoorden.
  3. CBS-microdata (gebaseerd op gegevens van de belastingdienst). Dit bestand bevat de winst-en-verliesrekening van alle zelfstandige zorgverleners in Nederland (inclusief zelfstandigen in een maatschap) in een aantal beroepsgroepen. De analyse is uitgevoerd op data over 2017.

De jaarverslagen van onderaannemers van zorgaanbieders bevatten zeer beperkte financiële gegevens. Zo bevatten de jaarcijfers vaak geen informatie over het resultaat. Ook over financiële kengetallen was de informatie beperkt. De onderzoeksvragen konden voor deze groep daarom zeer beperkt beantwoord worden.