Publicatie
Het loslaten van de arbeidseis
Doel van het onderzoek
De Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) heeft SEO Economisch Onderzoek gevraagd te onderzoeken wat de budgettaire effecten zijn van het gedeeltelijk loslaten van de arbeidseis voor kinderopvangvergoeding in het nieuwe financieringsstelsel. De huidige arbeidseis blijft in het nieuwe stelsel bestaan en beperkt de toegang tot gesubsidieerde opvang tot ouders die werken, zich voorbereiden op werk of tijdelijk niet beschikbaar zijn voor arbeid. In het licht van de stelselherziening van directe financiering en een hoge, inkomensonafhankelijke vergoeding groeit de aandacht voor brede toegankelijkheid van gesubsidieerde kinderopvang voor alle kinderen. Uit eerder onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat het vasthouden aan de arbeidseis weinig bijdraagt aan de ontwikkelingskansen van kinderen, de kansengelijkheid beperkt en vanuit pedagogisch perspectief beperkt te onderbouwen is. Een tussenvorm – het gedeeltelijk loslaten van de arbeidseis – kan de toegankelijkheid vergroten tegen relatief beperkte meerkosten voor de overheid.
In dit rapport worden twee scenario’s doorgerekend waarin twee dagen dagopvang of twee dagdelen buitenschoolse opvang per week voor alle kinderen worden vergoed tegen 96 procent, zonder arbeidseis. Het enige verschil tussen de scenario’s is het invoeringsmoment (2029 of 2030). We berekenen de meerkosten voor het jaar van invoering zelf en de twee jaren erna.
Resultaten
Het gedeeltelijk loslaten van de arbeidseis leidt tot jaarlijkse meerkosten van gemiddeld tussen de €369 miljoen en €516 miljoen in de periode 2029-2031. De bandbreedte wordt gevormd door onzekerheid over het gedragseffect, oftewel de verwachte vraagtoename doordat een grotere groep in aanmerking komt voor kinderopvangvergoeding. Bij een gedragseffect van 5 procent bedragen de gemiddelde meerkosten €369 miljoen per jaar; bij 7 procent loopt dit op tot €516 miljoen. Hierdoor vallen de kosten voor de overheid substantieel lager uit dan bij volledige afschaffing van de arbeidseis. De meerkosten van het gedeeltelijk loslaten bedragen zo’n €100 miljoen per jaar minder dan bij volledige afschaffing. In deze geschatte bedragen zijn ombuigingen wel en mogelijke besparingen op de uitvoeringskosten niet meegenomen.
De overige resultaten in het rapport vormen variaties op dit beeld. Deze varianten passen dezelfde rekenmethode toe, maar verschillen in aannames over het gebruik van kinderopvang, het jaar van invoering (2029 of 2030) of het al dan niet indexeren van de maximumuurprijs (MUP). De ordegrootte van de budgettaire effecten blijft daarbij vergelijkbaar met die van het hoofdscenario.
Heeft u vragen over deze publicatie?
Neem contact met Remco van Eijkel op via telefoon of mail. Hij zal zo spoedig mogelijk reageren op uw vragen.
Remco van Eijkel
"*" geeft vereiste velden aan