pagina

De economische en maatschappelijke waarde van uitzendwerk


Publicatienummer: 2019-31
Auteurs: Arjan Heyma, Henri Bussink & Carl Koopmans
Opdrachtgever: Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU)
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN:
978-90-6733-976-6

Resultaten
Uitzendwerk zorgt jaarlijks voor ruim 1 miljoen banen in Nederland, ruim 11 procent van het totaal aantal banen in Nederland. Gemiddeld werken er 377 duizend uitzendkrachten tegelijkertijd in Nederland. De toegevoegde waarde van uitzendwerk bedraagt jaarlijks ruim 21 miljard euro, meer dan 3 procent van ons nationaal inkomen. Zonder uitzendwerk zouden op enig moment 34 duizend mensen extra zonder werk zitten (9 procent van alle uitzendkrachten), waardoor het nationaal inkomen in Nederland ongeveer 1,7 miljard euro lager zou liggen en de uitkeringslasten 206 miljoen euro hoger. Werkgevers worden door uitzendwerk efficiënt geholpen bij het snel vinden van tijdelijk personeel, werkzoekenden kunnen dankzij uitzendwerk snel werk vinden en een inkomen vergaren.

In een wereld zonder uitzendwerk zouden nog steeds veel van dezelfde werkzaamheden worden verricht door een groot deel van dezelfde mensen, alleen met andere contractvormen. Van de 377 duizend uitzendkrachten zouden er ongeveer 283 duizend (75 procent) werkzaam blijven in de flexibele schil, maar dan als tijdelijke werknemer, zzp’er of oproepkracht. Binnen de flexibele schil zou de groep zzp’ers met 106 duizend het grootst zijn. Ruim 41 duizend uitzendkrachten (11 procent) zouden in plaats van uitzendwerk vast werk hebben en bijna 19 duizend uitzendkrachten (5 procent) zouden informeel werk uitvoeren.

De grotere werkgelegenheid door uitzendwerk leidt tot een grotere bruto beloning voor de inzet van (extra) personeel (ongeveer 1,1 miljard euro per jaar). Die beloning komt gedeeltelijk bij uitzendkrachten terecht (ongeveer 0,4 miljard) en gedeeltelijk in de vorm van belasting en premies bij de overheid (ongeveer 0,7 miljard). Die extra belasting en premies liggen relatief hoog, omdat zonder uitzendwerk het relatief grote aandeel zzp’ers en informele arbeid voor relatief lage belasting- en premieopbrengsten zorgt. Hogere bedrijfswinsten door uitzendwerk zijn voornamelijk het resultaat van schaalvoordelen bij de inzet van uitzendkrachten. Daardoor liggen de inhuurkosten voor uitzendorganisaties ongeveer 0,4 miljard euro lager dan de inhuurkosten zouden zijn voor inleners bij het ontbreken van uitzendwerk.

Overige effecten van uitzendwerk zijn een besparing op werkloosheidsuitkeringen (206 miljoen euro per jaar), een gemiddeld minder goede gezondheid bij werkenden en daarmee samenhangend hogere zorgkosten (44 miljoen euro per jaar), hogere kosten voor arbeidsongeschiktheid (7 miljoen euro per jaar) en onbekende kosten of baten door een grotere of juist kleinere baan- en inkomensonzekerheid door uitzendwerk. De omvang van overige maatschappelijke kosten en baten is waarschijnlijk relatief beperkt. Het saldo van kosten en baten van uitzendwerk komt daarmee uit op ruim 2,0 miljard euro aan extra maatschappelijke baten per jaar.

Het onderzoek
Er is discussie over de (meer)waarde van flexibele arbeid, hetgeen ook gevolgen heeft voor het imago van uitzendwerk. Daarom heeft de Algemene Bond van Uitzendondernemingen (ABU) aan SEO Economisch Onderzoek gevraagd om de economische en maatschappelijke waarde van uitzendwerk in kaart te brengen. Met een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) laat dit onderzoek zien wat de effecten van uitzendwerk zijn, en bij wie de kosten en baten terechtkomen.

Gebruikte methode
In de MKBA worden zoveel mogelijk effecten van uitzendwerk, ook niet-financiële effecten, uitgedrukt in een economische waarde (geld). Daardoor kunnen verschillende effecten onderling worden vergeleken in termen van kosten en baten, zowel op nationaal niveau als tussen maatschappelijke partijen. De maatschappelijke meerwaarde van uitzendwerk wordt vastgesteld ten opzichte van een wereld zonder uitzendwerk. Voor de berekening van maatschappelijke kosten en baten zijn enkele veronderstellingen noodzakelijk die van invloed kunnen zijn op de uitkomsten. Daarom is met behulp van gevoeligheidsanalyses onderzocht wat de invloed is van de belangrijkste veronderstellingen. Dit betreft het aandeel van alternatieve vormen van arbeid in de situatie zonder uitzendwerk, de omvang van inhuurkosten voor inleners, het gemiddelde netto inkomen van zzp’ers en de hoogte van het ziekteverzuimpercentage bij uitzendkrachten. Uit al deze gevoeligheidsanalyses blijkt dat uitzendwerk per saldo leidt tot positieve maatschappelijke baten die met grote waarschijnlijkheid variëren tussen de 1,1 en 3,0 miljard euro per jaar.


Categorie: 2019, Arjan Heyma, Henri Bussink, Carl Koopmans, Arbeid & Onderwijs