Het onderzoek
Sardes en SEO Economisch Onderzoek onderzochten hoe de Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs in de praktijk werkt en in hoeverre de doelen worden bereikt. De evaluatie richt zich op drie instrumenten: de verplichte samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen, de mogelijkheid om tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen op te richten en de bevoegdheid van de minister om de oprichting daarvan af te dwingen.

Resultaten
De doelen van de wet zijn gedeeltelijk bereikt. De overlegplicht heeft nieuwkomersonderwijs steviger op de bestuurlijke agenda gezet en de samenwerking versterkt. Sinds de invoering zijn twintig tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen opgericht, met een gezamenlijke capaciteit van ongeveer 1.350 onderwijsplekken. Deze voorzieningen bieden leerlingen onderwijs, structuur en veiligheid wanneer een reguliere plek ontbreekt. De bevoegdheid van de minister om een voorziening af te dwingen is niet ingezet.

Toch krijgen nog steeds niet alle nieuwkomers tijdig een onderwijsplek. De bijdrage aan een ononderbroken onderwijsloopbaan is beperkt. Personeelstekorten, gebrekkige huisvesting en veelvuldige verhuizingen blijven belangrijke knelpunten. Bovendien krijgen leerlingen in tijdelijke voorzieningen vaak minder onderwijstijd en een smaller lesprogramma. Duurzame verbetering vraagt om structurele samenwerking, passende bekostiging en meer aandacht voor onderwijskwaliteit en de overstap naar vervolgonderwijs.

Methoden
Het onderzoek omvat drie metingen in de periode 2024–2026. De onderzoekers combineerden enquêtes onder gemeenten en schoolbesturen met documentanalyse, interviews en casusonderzoek bij tien tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen. Ook onderzochten zij situaties waarin ondanks een tekort aan onderwijsplekken geen tijdelijke voorziening werd opgericht. De bevindingen zijn besproken en getoetst tijdens een werksessie met gemeenten, schoolbesturen en scholen.