Het onderzoek
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoekt deze studie welke maatschappelijke kosten voor omwonenden samenhangen met geurbelasting van veehouderijen. Ook is berekend welke maatschappelijke baten kunnen ontstaan als die geurbelasting afneemt. Daarmee biedt het rapport ondersteuning voor beleidsafweging over geurnormen. 

Bevindingen
Uit de analyse blijkt dat geurbelasting door veehouderijen samenhangt met lagere woningwaarden in Noord-Brabant. Een toename van de achtergrondbelasting met 1 ouE hangt gemiddeld samen met ongeveer 0,9 procent lagere woningwaarde. Op basis daarvan ramen we de maatschappelijke kosten van lagere woonkwaliteit door geurbelasting op circa 4 tot 6 miljard euro in contante waarde, omgerekend ongeveer 90 tot 130 miljoen euro per jaar.  

Daarnaast laat het onderzoek zien dat aanscherping van geurnormen potentiële maatschappelijke baten kan opleveren. Als normen voor voorgrondbelasting zodanig worden aangescherpt dat een achtergrondbelasting van maximaal 20 ouE wordt bereikt, liggen de baten op 0,8 tot 1,1 miljoen euro.. Bij een veel strengere norm van maximaal 5 ouE lopen de baten op tot 530 tot 775 miljoen euro. Het gaat hierbij om theoretisch maximale baten; kosten van naleving en effecten voor veehouderijen zijn niet meegenomen.  

Methode
Voor dit onderzoek is een hedonisch huisprijsmodel gebruikt. Een hedonisch huisprijsmodel is een econometrische analyse waarmee geschat wordt hoe verschillen in woning- en omgevingskenmerken samenhangen met verschillen in woningwaarden. Eén van de omgevingskenmerken in het model was de mate van achtergrondbelasting. Daarnaast is literatuuronderzoek gedaan en zijn experts geraadpleegd om de methodische keuzes en de interpretatie van bevindingen te onderbouwen. De empirische analyse is uitgevoerd met CBS-microdata en geurdata van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.