Het onderzoek
In het leerlingenonderzoek van het IMAGE-project is onderzocht hoe scholen in het primair en voortgezet onderwijs onderwijsaanpassingen voor begaafde leerlingen vormgeven, hoe leerlingen daarvoor worden geselecteerd en wat de effecten zijn op hun ontwikkeling. Voor het leerlingenonderzoek zijn vragenlijsten afgenomen bij ruim 3.000 leerlingen in het primair onderwijs en bijna 8.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs. Een groot deel van deze leerlingen is twee jaar later opnieuw bevraagd, waardoor hun ontwikkeling in beeld kon worden gebracht. Dit onderzoek is gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).  

Resultaten
Een groot deel van de deelnemende basisscholen biedt onderwijsaanpassingen aan, zoals plusklassen. Leerlingen die deelnemen aan een plusklas ervaren meer motivatie en een sterker gevoel van competentie. Deze positieve effecten zijn vooral zichtbaar bij leerlingen met een grote behoefte aan extra uitdaging. Tegelijkertijd zijn de verschillen in leerprestaties en zelfregulerend leren tussen deelnemers en vergelijkbare niet-deelnemers beperkt. 

Selectie voor plusklassen blijkt sterk samen te hangen met schoolprestaties en ervaren uitdaging. Hierdoor bestaat het risico dat onderpresteerders of leerlingen die minder expliciet aangeven behoefte te hebben aan extra uitdaging, zoals meisjes, minder vaak worden geselecteerd.  

In het voortgezet onderwijs zijn leerlingen redelijk tevreden over de aangeboden activiteiten, maar ook daar blijft de gemeten impact op ontwikkeling beperkt. 

Methoden
Het onderzoek combineert grootschalige vragenlijsten onder leerlingen, leerkrachten en coördinatoren met objectieve gegevens, zoals toetsen uit het leerlingvolgsysteem en korte intelligentie- en creativiteitstaken. Daarnaast zijn schoolbezoeken en interviews uitgevoerd om de kwantitatieve resultaten te verdiepen. Door deze mix van methoden ontstaat een breed en genuanceerd beeld van aanbod, selectie en effecten van onderwijsaanpassingen voor begaafde leerlingen.