Resultaten
Het verschil in arbeidsparticipatie tussen jongeren met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond en jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond, op basis van een sample van geënquêteerden, bedraagt 18,9 procentpunt. Circa 15 procentpunt van dit verschil kan niet worden verklaard met de kenmerken die in de administratieve en enquêtedata aanwezig zijn. Op basis van de verzamelde gegevens is geanalyseerd in hoeverre keuzes, belemmeringen en gedrag bijdragen aan het verklaren van het verschil in arbeidsmarktkansen tussen mbo’ers met een verschillende achtergrond.

Onderzoek
Dit onderzoek rapporteert en verklaart verschillen in arbeidsparticipatie tussen jongeren met een Nederlandse achtergrond en jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. De analyses focussen op mbo’ers die in het studiejaar 2017/2018 hun opleiding hebben afgerond. Verschillen in arbeidsparticipatie circa een jaar na afstuderen worden verklaard aan de hand van een aantal kenmerken gemeten met administratieve data. Deze kenmerken zijn mbo-opleidingsniveau, -richting en leerweg, prestaties op het vmbo, de sociaaleconomische positie van ouders, de thuissituatie bij afstuderen en een aantal andere persoonskenmerken.

Methode
Aan de resultaten uit een enquête onder mbo-afgestudeerden is informatie toegevoegd over studieprestaties en -keuze, opgedane werkervaring en ervaren belemmeringen tijdens de studie, zoekgedrag en motivatie om een stageplek en baan te vinden en een aantal persoonlijkheidskenmerken,

Het onderzoek is een vervolg op het onderzoek ‘De overgang van het mbo naar de arbeidsmarkt’.