Publicatie
Uitzendmonitor 2025
Het onderzoek
SEO Economisch Onderzoek voerde dit onderzoek uit in opdracht van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Het doel van de Uitzendmonitor is om de omvang en samenstelling van de populatie uitzendkrachten en uitzendbanen in beeld te brengen en om inzicht te geven in de allocatiefunctie van uitzendwerk. De analyses zijn gebaseerd op de Polisadministratie van het UWV, gecombineerd met gegevens over de migratieachtergrond, onderwijsinschrijvingen, sociaaleconomische categorieën op basis van inkomen en gegevens uit de Enquête Beroepsbevolking (EBB).
De resultaten
In 2024 werken bijna 823 duizend personen op enig moment in het jaar als uitzendkracht. Het aantal uitzendkrachten is daarmee afgenomen ten opzichte van de ruim 1,1 miljoen uitzendkrachten op de piek rond 2017-2019. Het gemiddelde aantal gewerkte uren per uitzendkracht is tegelijkertijd gestegen van circa 682 uur in 2019 naar 750 uur per jaar in 2024.
De populatie uitzendkrachten is uit te splitsen naar de volgende deelpopulaties: i) scholieren en studenten die naast hun studie uitzendwerk doen, ii) arbeidsmigranten die in Nederland in een uitzendcontract werken en iii) reguliere uitzendkrachten. De meeste uitzendkrachten vallen in de laatste groep (47 procent) en zijn dus geen arbeidsmigrant, scholier of student. Arbeidsmigranten vormen 38 procent van de totale populatie uitzendkrachten en 15 procent van de uitzendkrachten combineert uitzendwerk met school of studie. Uitzendkrachten zijn overwegend man en jonger dan 35 jaar. De meeste uitzendkrachten waarvoor het hoogst behaalde opleidingsniveau bekend is, heeft een middelbaar opleidingsniveau (ongeveer de helft). Iets meer dan één op de drie heeft geen startkwalificatie en iets meer dan één op de zes heeft een hoog opleidingsniveau.
De meeste transities van uitzendkrachten gaan van de ene naar de andere uitzendbaan. Zo heeft 28 procent van de uitzendkrachten voorafgaand aan een uitzendbaan een andere uitzendbaan en stroomt 28 procent na afloop van de uitzendbaan door naar ander uitzendwerk. Uitzendwerk speelt een duidelijke rol als opstapfunctie, zowel vanuit een positie zonder werk (53 procent van de uitzendkrachten heeft direct voorafgaand aan een uitzendbaan geen werk in loondienst) als naar een positie in direct dienstverband: 13 procent van de uitzendkrachten heeft direct na een uitzendbaan een tijdelijk dienstverband en 6 procent een vast dienstverband. Het aandeel uitzendkrachten dat uitstroomt naar een tijdelijk dienstverband neemt iets toe na verloop van tijd (tot 16 procent een kwartaal na afloop van een uitzendbaan), terwijl het aandeel dat uitstroomt naar een vast dienstverband gelijk blijft. Uitzendwerk speelt met name een rol als opstapfunctie naar een direct dienstverband voor de deelpopulatie ‘reguliere’ uitzendkrachten (geen scholier, student of arbeidsmigrant). Van deze groep heeft een kwartaal na afloop van een uitzendbaan 26 procent een tijdelijk dienstverband en 11 procent een vast dienstverband.
Het totaalbeeld is dat de uitzendsector iets kleiner in omvang, maar gedifferentieerder in samenstelling is geworden en een allocatiefunctie vervult op de arbeidsmarkt. Waar uitzendwerk eerder sterk werd geassocieerd met tijdelijke bijbanen en snelle instroom van jongeren, blijkt uit de cijfers dat de sector verschillende groepen tegelijk bedient: scholieren en studenten met een flexibele inzet, arbeidsmigranten met een relatief hoge urenomvang en reguliere uitzendkrachten die doorstromen naar ander betaald werk.
Publicatie gegevens
Heeft u vragen over deze publicatie?
Neem contact met Henri Bussink op via telefoon of mail. Hij zal zo spoedig mogelijk reageren op uw vragen.
Henri Bussink
"*" geeft vereiste velden aan