Het onderzoek
Naar aanleiding van de Strategische Evaluatieagenda hebben de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Financiën SEO Economisch Onderzoek gevraagd om de evaluatie van zeven fiscale regelingen uit te voeren aan de hand van het Toetsingskader Fiscale Regelingen (TFR). Vier fiscale regelingen zijn gericht op bevordering en behoud van bos en natuur en drie gericht op grondstructuurverbetering. Onderdelen van deze evaluatie zijn de: 

  • Bosbouwvrijstelling;  
  • Vrijstelling voor vergoedingen in bos- en natuurbeheer;  
  • Box 3-vrijstelling voor bos- en natuurterreinen; 
  • Natuurgrondvrijstelling; 
  • Cultuurgrondvrijstelling; 
  • Vrijstelling voor kavelruil; 
  • Vrijstelling voor herverkaveling. 

Methode
De evaluatie is uitgevoerd aan de hand van het Toetsingskader Fiscale Regelingen. Het onderzoek is gebaseerd op deskresearch, interviews en een data-analyse met CBS-Microdata gekoppeld aan stand- en transactiedata van het Kadaster. Hiermee is inzicht verkregen in de werking van de fiscale regelingen in de praktijk.  

Resultaten
Positieve externe effecten rechtvaardigen in beginsel het bestaan van deze regelingen. Natuur en structuurverbetering van het landelijk gebied leveren maatschappelijke baten zonder volledige private vergoeding. Zonder overheidsinterventie is de marktuitkomst dat minder grondtransacties of minder productie van natuur tot stand komt dan maatschappelijk gewenst. Er is dus een noodzaak tot overheidsingrijpen in de vorm van een financiële interventie (subsidie of fiscale vrijstelling).  

In de praktijk blijken zes van de zeven regelingen echter niet (of niet aantoonbaar) doeltreffend en doelmatig. Bij natuur en structuurverbetering van het landelijke gebied blijft er een noodzaak tot overheidsingrijpen. De fiscale regelingen kunnen worden afgeschaft of hervormd. Waarbij rekening gehouden moet worden dat bij natuur en structuurverbetering van het landelijk gebied er een noodzaak tot overheidsingrijpen is.  

Lees hier de Kamerbrief van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en natuur en het ministerie van Financiën over dit onderzoek.