Publicatie
Slimme investeringen; Naar een kwantificering van de BBP-effecten van investeringen in onderwijs en onderzoek en ontwikkeling
Er bestaat brede wetenschappelijke consensus dat onderwijsinvesteringen leiden tot hogere inkomens, betere arbeidsmarktkansen en een aantal bredere maatschappelijke baten. Empirisch onderzoek laat zien dat een extra jaar onderwijs het levensinkomen met vijf tot tien procent verhoogt. Naast inkomenseffecten dragen onderwijsinvesteringen bij aan een gezondere bevolking, lagere criminaliteit en grotere maatschappelijke participatie.
De economische effecten van onderzoek en ontwikkeling (R&D) zijn eveneens positief, maar wel sterker afhankelijk van de context waarin ze plaatsvinden. Publieke en private investeringen in onderzoek zijn doorgaans complementair: publieke uitgaven stimuleren private investeringen en innovatie. Meta-analyses laten zien dat één euro aan private R&D tussen de twee en drie euro aan bbp oplevert. De onzekerheid blijft echter groot, omdat de opbrengsten van individuele innovaties moeilijk te voorspellen zijn.
De gunstige langetermijneffecten van investeringen in onderwijs en R&D – productiviteitsgroei, meer verdienvermogen en duurzame economische groei – krijgen in beleidsanalyses vaak aanzienlijk minder aandacht dan de investeringskosten op korte termijn. Dit rapport beschrijft de mogelijkheden om de economische effecten op lange termijn te modelleren ten behoeve van een beleidsanalyse en schetst een route naar een beter onderbouwde doorrekening van bbp-effecten.
De verschillende modelleringsopties variëren in haalbaarheid, theoretische diepgang en empirische basis. Macromodellen zijn eenvoudig maar te grofmazig; algemeen evenwichtsmodellen zijn theoretisch sterk maar praktisch onhaalbaar. Een herleidevormbenadering maakt gebruik van beschikbare micro-econometrische evidentie en kan op korte termijn worden toegepast voor onderwijs en private R&D. Voor publieke R&D is deze aanpak minder geschikt vanwege de beperkte empirische basis en moeilijk te kwantificeren spill-overeffecten. Structurele modellen bieden de grootste meerwaarde voor beleid. Ze maken het mogelijk om het gedrag van bedrijven en huishoudens te integreren, de synergie tussen onderwijs en R&D zichtbaar te maken en langetermijneffecten te modelleren en uit te rekenen. De ontwikkeling van een dergelijk model vergt een meerjarige investering in data, empirisch onderzoek en zorgvuldige kalibratie.
Het versterken van de empirische basis is de eerste stap richting betrouwbare bbp-doorrekeningen. Hiertoe is een catalogus met micro-evidentie nodig waarin causale studies over onderwijs- en R&D-investeringen systematisch worden verzameld en beoordeeld op methodologische kwaliteit, toepasbaarheid in de Nederlandse context en langetermijneffecten. Deze catalogus helpt ontbrekende kennis aan te vullen en vormt een solide empirische fundering van toekomstige modellering.
Op korte termijn is het ontwikkelen van een versterkte herleidevormbenadering voor onderwijs en private R&D haalbaar. Op langere termijn is het mogelijk om een structureel model te ontwikkelen dat ook publieke R&D en de interactie tussen kennis en menselijk kapitaal omvat. In de tussenliggende jaren moet worden nagedacht over de vraag hoe publieke R&D-investeringen adequaat worden meegewogen, zodat die in de beeldvorming niet worden benadeeld ten opzichte van investeringen in onderwijs en private R&D.
Heeft u vragen over deze publicatie?
Neem contact op met onze expert of vul ons contactformulier in. Wij zullen zo spoedig mogelijk reageren op uw vragen.
Daniël van Vuuren
"*" geeft vereiste velden aan