Het onderzoek
Sinds augustus 2022 hebben beide ouders recht op negen weken betaald ouderschapsverlof in het eerste levensjaar van hun kind. Tijdens dit ouderschapsverlof krijgen ouders een uitkering van 70 procent van hun dagloon, tot het maximumdagloon.  

In dit rapport onderzoeken we hoe het betaald ouderschapsverlof werkt in de praktijk. We kijken naar het bereik en het gebruik van de regeling, de gevolgen voor gezinnen en werkgevers en mogelijke verbeterkansen voor toekomstig beleid.  

Resultaten
Ruim de helft van de vaders (53%) en 71% van de moeders in loondienst neemt betaald ouderschapsverlof op. Voor vaders vormt inkomensverlies in de verlofperiode een belangrijke drempel. Moeders laten hun keuze juist vaker afhangen van werkgerelateerde factoren, zoals werkdruk, organisatiecultuur en zorgen over loopbaangevolgen. 

Betaald ouderschapsverlof verbetert volgens ouders de balans tussen werk en privé en versterkt de band met hun kind. Vooral verlofopname door vaders draagt bij aan een gelijkere verdeling van zorgtaken en biedt moeders meer ruimte om te blijven werken en zich verder te ontwikkelen op de arbeidsmarkt. Hierdoor neemt ook hun bijdrage aan het huishoudinkomen toe. 

Werkgevers ervaren vooral organisatorische uitdagingen, zoals het regelen van vervanging en een hogere werkdruk voor collega’s. Deze knelpunten spelen met name bij kleinere werkgevers, die de regeling vaker als complex en administratief belastend ervaren. 

Methode
Voor dit onderzoek gebruikten we verschillende onderzoeksmethoden. We hielden enquêtes onder 2.304 ouders en 967 werkgevers, analyseerden registratiegegevens van UWV en CBS, vergeleken de Nederlandse regeling met regelingen in andere landen en voerden tien interviews met ouders en werkgevers. Hiermee brengen we zowel de effecten van de regeling als de ervaringen van ouders en werkgevers in beeld.