Publicatie
Voorkomen is beter dan genezen; Vroege uitval uit de zorgsector in kaart gebracht
Dit project is met subsidie van Instituut Gak uitgevoerd. Op deze pagina zijn twee rapporten beschikbaar die in elkaars verlengde liggen. Het eerste rapport (2024-110) beschrijft en interpreteert de stromen op de arbeidsmarkt van afgestudeerden die na het behalen van hun zorgdiploma aan de slag zijn gegaan. Het tweede rapport (2025-141) inventariseert acties die werkgevers nemen om personeel te behouden en beschrijft de mate waarin deze maatregelen kansrijk zijn.
Resultaten
De helft van deze afgestudeerden is na het behalen van hun zorgdiploma meteen aan de slag gegaan in de zorgsector en een kwart van hen is in de eerste vijf werkzame jaren nooit werkzaam geweest in de zorgsector. Van de werknemers die gedurende een periode van vijf jaren te volgen zijn is 60 procent werkzaam in de zorgsector. Onderliggend zijn verschillende stromen in en uit de zorgsector waar te nemen, die passen bij een patroon van jonge werkenden die op zoek zijn naar een passende baan en werkgevers die kennismaken met nieuwe werknemers. Wanneer de dynamiek in de eerste vijf werkzame jaren wordt vergeleken met die in het onderwijs dan valt op dat de instroom van afgestudeerden in het onderwijs lager is dan die in de zorg.
De oorzaken van uitval tijdens de eerste werkzame jaren of tijdens de onderwijsloopbaan bestaan uit suboptimale studiekeuzes van het voortgezet onderwijs naar het beroepsonderwijs, ervaringen tijdens de beroepsopleiding die ongunstig zijn (bijvoorbeeld tijdens stages) en verwachtingen van de opleiding die niet overeenkomen met de praktijk. Tijdens de eerste werkzame jaren blijkt dat mensen die de zorg verlaten tijdens het werken in de zorg minder werkdruk en agressie en meer autonomie ervaren, maar ook minder enthousiast zijn over hun werk en er minder bij betrokken zijn dan starters die in de zorg blijven. Dit wijst erop dat de voorkeur van deze jonge werkenden in de zorg ligt, maar dat werkomstandigheden ertoe leiden dat ze elders aan de slag gaan.
De analyse van maatregelen die door werkgevers worden genomen laat zien dat vier thema’s belangrijk zijn voor het behoud van starters. Goede begeleiding en een sterk inwerkprogramma vergroten de binding en verlagen het risico op uitval. Ook professionele autonomie speelt een rol: inspraak in roosters en ontwikkelkansen versterken de motivatie, mits er voldoende steun aanwezig is. Verder draagt een veilige werkomgeving met sociale verbondenheid en psychologische veiligheid bij aan vertrouwen en betrokkenheid. Tot slot maakt een slimme organisatie van werk, met flexibele roosters, minder administratie en digitale ondersteuning, het werk aantrekkelijker en duurzamer.
Onderzoek
In dit eerste onderzoek worden stromen in en uit de zorgsector van afgestudeerden gemeten aan de hand van CBS-data in de periode 2010-2021. In totaal zijn er in deze periode 338.000 mensen afgestudeerd met een zorgdiploma in het middelbaar beroepsonderwijs of met een diploma van het hoger onderwijs op zak.
Het tweede onderzoek bestaat uit drie elementen. Allereerst is een enquête uitgevoerd onder zorg- en onderwijsprofessionals om inzicht te krijgen in uitstroomredenen en bestaande maatregelen. Vervolgens zijn kansrijke opties besproken in praktijktafels. Tot slot is de opbrengst vertaald naar beleidsopties met behulp van literatuuronderzoek en eigen berekeningen.
Methode
Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie, een enquête onder werkgevers, sessies met praktijktafels waarin experts opties bespreken en een empirische analyse waarbij gebruik wordt gemaakt van CBS Microdata over onderwijsniveaus en -richtingen en arbeidsmarktinformatie. Deze analyses worden aangevuld met enquêtegegevens uit de NEA en AZW.
Publicatie gegevens
Heeft u vragen over deze publicatie?
Neem contact met Bas ter Weel op via telefoon of mail. Hij zal zo spoedig mogelijk reageren op uw vragen.
Bas ter Weel
"*" geeft vereiste velden aan