Van elke €100 die in Nederland wordt verdiend, gaat ongeveer €40 naar de overheid via belastingen en sociale premies. In opdracht van Oxfam Novib bracht SEO de Eerlijke Belastinggids uit. Het rapport geeft een toegankelijk overzicht van het Nederlandse belastingstelsel langs vijf pijlers: toereikendheid, progressiviteit, belastingconcurrentie, belastingadministratie en overheidsuitgaven.  

Stabiel stelsel, maar structurele knelpunten
Het Nederlandse stelsel is stabiel met 39 procent van het bbp aan belasting- en premieopbrengsten en een staatsschuld van 44 procent ruim onder de EU-limiet van 60 procent. Tegelijkertijd kent het stelsel structurele knelpunten in progressiviteit, internationale doorstroom en uitvoerbaarheid. 

De effectieve belastingdruk is voor het grootste deel van de bevolking circa 40 procent. Voor de top 1 procent inkomens daalt de belastingdruk naar 28 procent en voor de top 0,01 procent naar ongeveer 20 procent. Dit komt vooral doordat inkomen uit vermogen lager wordt belast dan inkomen uit arbeid. Nederland heeft vergeleken andere EU landen een relatief hoge belasting op inkomen op arbeid en een relatief lage belasting op inkomen uit vermogen.  

Nederland blijft daarnaast een doorstroomland: ondanks recente maatregelen zoals de bronbelasting op rente, royalty’s en dividenden en de mondiale minimumbelasting van 15 procent, heeft het grootste deel van de internationale geldstromen via Nederland nog een doorstroomkarakter.  

Het complexe toeslagenstelsel leidt tot fouten en niet-gebruik: in 2021 bleef ruim €1 miljard aan huur-, zorg- en kindgebonden toeslagen onbenut.  

Aanknopingspunten voor beleid
Drie thema’s keren in de Gids steeds terug: de scheefheid tussen de belastingdruk op arbeid en die op vermogen, de rol van Nederland als doorstroomland, en de complexiteit van het stelsel. Verschillende organisaties (Oxfam, IBO, CPB, CE Delft, SOMO, SEO Economisch Onderzoek) noemen als beleidsrichtingen onder andere het verschuiven van de belastingdruk van arbeid naar vermogen, progressievere erf- en vermogensbelasting, verantwoorde afbouw van de hypotheekrenteaftrek, verdere aanpak van doorstroomstructuren en vereenvoudiging van het toeslagen- en kortingenstelsel.