Publicatie
Mens en machine
Het onderzoek
AI en robotisering kunnen bijdragen aan hogere productiviteit door taken te automatiseren, werk efficiënter te organiseren en nieuwe functies te creëren. Tegelijkertijd veranderen zij de aard van werk. Robotisering richt zich vooral op routinematige, fysieke en voorspelbare taken, terwijl AI ook niet-routinematige en cognitieve taken kan overnemen. Hierdoor verschilt de impact van beide technologieën.
Dit rapport analyseert hoe kunstmatige intelligentie (AI) en robotisering de Nederlandse arbeidsmarkt beïnvloeden. Hierbij heeft dit rapport specifiek aandacht voor werkgelegenheid en de inhoud van werk (werktaken). Dit rapport plaatst daarbij deze technologische ontwikkelingen in de context van twee structurele uitdagingen: afnemende productiviteitsgroei en aanhoudende arbeidsmarktkrapte.
Resultaten
De toepassing van AI is de afgelopen decennia sterk toegenomen, met name in de industrie en ICT-sector. Op basis van patentdata laat het rapport zien dat AI sneller groeit dan robotisering. Toch blijft de directe invloed op werktaken vooralsnog beperkt. Wel verschuift het belang van bepaalde vaardigheden: probleemoplossend vermogen, rekenvaardigheden en interpersoonlijke vaardigheden nemen toe, terwijl fysieke en routinematige taken minder belangrijk worden.
De analyse van arbeidsmarktuitkomsten toont dat AI een positief effect heeft op werkgelegenheid en lonen, vooral voor theoretisch opgeleiden. De positieve effecten van AI concentreren zich bij specifieke vaardigheden, zoals communicatie, organisatie en analytisch vermogen. Hierdoor profiteren niet alle groepen op de arbeidsmarkt van de opkomst van AI. Robotisering heeft geen significant effect op de totale werkgelegenheid.
Het rapport concludeert dat beleid een belangrijke rol speelt in het sturen van deze ontwikkelingen. Investeringen in bij- en omscholing, met name in AI-gerelateerde en complementaire vaardigheden, zijn cruciaal om brede groepen werkenden inzetbaar te houden. Daarnaast is flexibiliteit in beleid nodig vanwege de onzekerheid over toekomstige effecten. Zonder gerichte interventies bestaat het risico dat technologische vooruitgang leidt tot grotere ongelijkheid op de arbeidsmarkt, ondanks de potentiële productiviteitswinsten.
Methode
Het rapport hanteert een empirische aanpak waarin patentdata worden gekoppeld aan Nederlandse sectoren om de blootstelling aan AI en robotisering te meten. Deze informatie wordt gecombineerd met microdata van het CBS en enquêtegegevens over werktaken uit de Nederlandse Skills Survey. Met behulp van regressieanalyses brengen we in kaart hoe technologische ontwikkeling samenhangt met veranderingen in werktaken, werkgelegenheid, en lonen. Deze aanpak maakt het mogelijk om zowel de richting als de omvang van effecten te analyseren.
Publicatie gegevens
Heeft u vragen over deze publicatie?
Neem contact op met Albert Rutten via telefoon of mail. Hij zal zo spoedig mogelijk reageren op uw vragen.
Albert Rutten
"*" geeft vereiste velden aan