Dit rapport onderzoekt de vraag naar en het aanbod van passagiersvaart in Amsterdam, mogelijke knelpunten in capaciteit, concurrentie en op- en afstaplocaties, en de effecten van beleidsinstrumenten op prijzen, passagiersaantallen en spreiding van drukte. Daarnaast vergelijken we de Amsterdamse markt met passagiersvaart in andere Nederlandse en buitenlandse steden. 

Resultaten
De Amsterdamse passagiersvaart functioneert economisch gezien relatief goed. De markt kent relatief veel concurrentie, voldoende capaciteit en een prijs-kwaliteitverhouding die vergelijkbaar is met of gunstiger is dan in andere toeristische steden. De belangrijkste knelpunten liggen niet bij een tekort aan boten of op- en afstapcapaciteit, maar bij de ruimtelijke inpassing en het gebruik van specifieke locaties op drukke momenten. 

De vraag naar passagiersvaart groeit mee met het aantal bezoekers aan Amsterdam. Op korte termijn, in ieder geval tot 2027, lijkt deze groei binnen de huidige capaciteit te kunnen worden opgevangen: boten varen gemiddeld niet volledig bezet en een deel van de vergunde vaartuigen wordt niet gebruikt. 

Ook de capaciteit van op- en afstaplocaties lijkt in theorie voldoende. Een algemene uitbreiding is daarom niet nodig vanuit het oogpunt van totale verwerkingscapaciteit. Wel kan het gericht toevoegen van geschikte locaties bijdragen aan meer concurrentie, betere toegankelijkheid en spreiding van drukte. 

Het huidige stelsel kent schaarse exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd en exclusieve afspraken over populaire locaties, zoals bij het Rijksmuseum. Dit creëert toetredingsdrempels en geeft reders met toegang tot zulke locaties een structureel voordeel. Beleidsmaatregelen raken daardoor niet alleen prijzen en drukte, maar ook de verdeling van kansen tussen bestaande en nieuwe aanbieders. 

Tijdsloten en locatiegebonden heffingen kunnen helpen om drukte beter te spreiden. Uniforme beprijzing of het beprijzen van passagiers kan de vraag beperken, maar leidt naar verwachting ook tot hogere prijzen. Het openbaar maken van exclusieve locaties kan de concurrentie vergroten en prijzen verlagen, maar kan extra druk op populaire locaties veroorzaken. Alleen locaties sluiten ligt minder voor de hand, omdat dit drukte vooral verplaatst. 

Volledige deregulering leidt naar verwachting tot meer concurrentie, lagere prijzen en meer passagiers, maar kan ook zorgen voor verdere concentratie van vaarbewegingen op populaire locaties. Meer concurrentie leidt dus niet automatisch tot meer of minder drukte. Dat hangt vooral af van de toegang tot locaties en van prikkels om minder drukke plekken te gebruiken. 

Prijzen voor standaardrondvaarten in Amsterdam liggen op een vergelijkbaar of lager niveau dan in andere toeristische steden, terwijl vaarduur en basisproduct vergelijkbaar zijn. Ook kent Amsterdam een breed en divers aanbod. Voor privéverhuur van sloepen liggen de prijzen dicht bij die in andere Nederlandse steden; bij salonboten verschilt het prijsbeeld sterker door variatie in type boot, capaciteit en serviceniveau. 

Methode
Het onderzoek bestaat uit een kwantitatieve analyse van de Amsterdamse markt, een theoretische economische analyse van mogelijke beleidsinstrumenten en een benchmark met andere Nederlandse en buitenlandse steden. Daarbij is gekeken naar vraagontwikkeling, beschikbare capaciteit, benutting van vaartuigen, op- en afstaplocaties, prijzen en aanbod.