Publicatie
Economische effecten van defensie-uitgaven
Het kabinet heeft besloten om de defensie-uitgaven sterk te verhogen. Het doel is de capaciteitsplanning te realiseren die voortkomt uit het Nato Defence Planning Process (NDPP). Om het NDPP te realiseren is besloten om 3,5 procent van het bbp per jaar uit te geven aan reguliere defensie-uitgaven en 1,5 procent van het bbp te besteden aan bredere investeringen in relevante uitgaven zoals maatschappelijke weerbaarheid en infrastructuur. Voor het volledig invullen van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen 2025 is jaarlijks structureel minimaal 16–19 miljard euro nodig, in aanvulling op de Ontwerpbegroting 2025.
Er zijn op hoofdlijnen drie soorten uitgaven te onderscheiden: in personeel, materieel en onderzoek en ontwikkeling (R&D). Het is nog onduidelijk waaraan het extra geld voor defensie precies besteed zal worden, maar in drie soorten uitgaven is een sterke toename voorzien. Bovenop de huidige formatie was volgens schattingen in de zomer van 2025 17.000–18.000 voltijd equivalent nodig om de capaciteitsdoelstellingen in te vullen. De uitgaven aan R&D in de categorie investeringen waren in 2023 1,3% van de totale defensiebegroting. Er is afgesproken dat deze zouden moeten groeien naar 2%, de norm van het Europees Defensieagentschap, de zogeheten EDA-norm voor kennis en innovatie in het defensiedomein.
Artikel 97 van de Grondwet bepaalt dat er een krijgsmacht is voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, en ter handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. In de Nederlandse Defensie Doctrine wordt uitgewerkt welke strategische doelstellingen defensie nastreeft. Vrij vertaald is het doel van defensie-uitgaven – direct en indirect – bij te dragen aan het vergroten van de veiligheid voor Nederlandse burgers door burgers beschermen tegen substantiële dreigingen.
Defensie-uitgaven hebben ook economische effecten. Defensie-investeringen kunnen positieve economische effecten hebben, maar ook andere economische activiteiten verdrukken als er sprake is van schaarse capaciteit. In het werven van personeel wordt geconcurreerd op de reguliere arbeidsmarkt, defensiegoederen worden gemaakt door industriebedrijven die ook andere producten (kunnen) maken en onderzoek naar innovaties voor defensie hebben ook civiele toepassingen. In een beleidstheorie van defensie-uitgaven zouden economische effecten neveneffecten zijn van beleid dat als hoofddoel het vergroten van de veiligheid heeft.
Economie en veiligheid kunnen elkaar wederzijds versterken. Veiligheid is een voorwaarde voor het functioneren van de economie, maar een goed functionerende economie is ook een voorwaarde voor het realiseren van defensie-uitgaven. Veiligheid maakt dat bedrijven en burgers in een stabiele omgeving kunnen produceren, consumeren en handel kunnen drijven met andere landen. Tegelijkertijd bepaalt de economie of er voldoende middelen en productiefactoren zijn voor het realiseren van defensie-uitgaven. De afhankelijkheden tussen veiligheid en economie pleiten ervoor om te zoeken naar veiligheidsinvesteringen die ook bijdragen aan de economie.
Het doel van het onderzoek is om een overzicht te geven van de kennis over de economische effecten van defensie-investeringen. We bestuderen de economische literatuur over defensie-investeringen en vertalen de inzichten naar de Nederlandse context. Doel is daarbij dat de inzichten bruikbaar zijn voor het maken van beleidsafwegingen over de allocatie van defensiemiddelen. Met andere woorden: als er meerdere investeringen mogelijk zijn die evenveel veiligheid opleveren, welke investering heeft dan de grootste economische baten? Onderstaande samenvattende tabel geeft voor innovatie, personeel en materiaal een conclusie over de richting van het effect op de economische groei, de omvang van de multiplier, een aantal kanttekeningen en enkele lessen.
Heeft u vragen over deze publicatie?
Neem contact op met Michiel Bijlsma via e-mail of telefoon. Hij zal zo spoedig mogelijk reageren op uw vragen.
Michiel Bijlsma
"*" geeft vereiste velden aan