pagina

Uitkeringen bij ontslag van topfunctionarissen in de (semi-) publieke sector


Publicatienummer: 2015-72
Auteurs: S. van der Werff, M. Imandt, H. Bennaars & R. Knegt
Opdrachtgever:
Ministerie van BZK
Uitgever: SEO Economisch Onderzoek
ISBN: 978-90-6733-792-2

SEO Economisch Onderzoek en het Hugo Sinzheimer Instituut (HSI) hebben in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in het kader van de wetsevaluatie van de Wet normering topinkomens (WNT) de werking van de bepalingen rondom beëindiging dienstverband onderzocht. Deze uitkeringen zijn gemaximeerd op € 75 duizend, maar hierop zijn uitzondering mogelijk. Uit het onderzoek blijkt dat gemiddelde totale uitkering aan een topfunctionaris van wie het dienstverband in 2013 of 2014 werd beëindigd en die onder de WNT viel € 94 duizend was. Dit is hogere dan de grens van € 75 duizend, maar in de berekening van dit gemiddelde zijn gevallen meegenomen die onder de overgangsregeling vielen of anderszins van deze maximumnorm waren uitgezonderd. In ongeveer de helft van de gevallen is sprake van een uitkering onder de WNT-grens. De rechter is terughoudend met het toekennen van een vergoeding die de WNT–norm te boven gaat, ook al is hij niet gebonden aan die maximumnorm. Alleen als toepassing van het maximum tot een onbillijk resultaat leidt, kan er aanleiding zijn om af te wijken van het maximum.

Voor dit onderzoek zijn onder andere interne toezichthouders, instellingen en advocaten ondervraagd. Eén derde van de instellingen vindt de regels praktisch moeilijk uitvoerbaar. Zij noemen onder andere dat de WNT op gespannen voet staat met andere afspraken. Ook hebben zij soms moeite met de leesbaarheid van de wetstekst en de vertaling hiervan naar praktische situaties. In dat geval wordt het maximumbedrag van € 75 duizend niet voldoende gevonden. De vergoeding die zou voortkomen uit de kantonrechtersformule is namelijk over het algemeen hoger. Deze kantonrechtersformule is voor de meeste respondenten het referentiekader voor de omvang van de uitkering. Verder zou de regeling leiden tot extra advies- en advocatenkosten. Er is ook een brede behoefte aan vereenvoudiging van de regels, zodat ze gemakkelijker uitgevoerd kunnen worden. Veel respondenten willen graag meer consistentie met de regelingen die voor reguliere werknemers, zoals deze op dit moment zijn vastgesteld in de Wet werk en zekerheid (Wwz). Specifiek wordt hierbij genoemd dat in de Wwz de maximale transitievergoeding € 75 duizend bedraagt of een jaarsalaris (indien dat jaarsalaris meer is), terwijl in de WNT de maximumnorm voor een uitkering bij beëindiging een jaarsalaris betreft, met een maximum van € 75 duizend.

Dit onderzoek maakt deel uit van de brede wetsevaluatie van de WNT.


Categorie: 2015, Siemen van der Werff, Arbeid & Onderwijs