Op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken (afdeling ‘Inclusive Green Growth’) heeft SEO een onafhankelijk beoordeling gegeven van het financieringsverzoek met betrekking tot het AGRI3 fonds. Op het moment van schrijven betrof AGRI3 een fondsvoorstel geformuleerd door Mirova Natural Capital (MNC) en partners. De beoordeling is tweeledig: een toets op de additionaliteit van het fonds en een analyse van de maatschappelijke kosten en baten (MKBA).

Met betrekking tot de additionaliteit van het fonds concludeert SEO het volgende:

  1. De ‘input additionaliteit’ van het AGRI3-fonds ten opzichte van de markt is hoog. Het fonds faciliteert het aanbod van financiering die niet door de markt geboden wordt. De markt biedt wel degelijk financiering, maar niet tegen voorwaarden die aansluiten bij de wensen van de doelgroep.
  2. De ‘input additionaliteit’ van het AGRI3-fonds ten opzichte van vergelijkbare fondsen is gemengd. Het AGRI3-fonds is niet het enige fonds dat ‘gemengde financiering’ faciliteert, maar is wel uniek in de prominente rol die een commerciële bank vertolkt.
  3. De ‘development additionaliteit’ van het AGRI3-fonds ten opzichte van de markt is hoog. Het AGRI3-fonds faciliteert een verandering in de bedrijfsmodellen van commerciële investeerders. Daarnaast stimuleert het fonds de verduurzaming op klantniveau, omdat het fonds bij het verstrekken van leningen of garanties hogere sociale- en duurzaamheidseisen stelt dan reguliere financiers.
  4. De ‘development additionaliteit’ van het AGRI3-fonds ten opzichte van vergelijkbare fondsen is gemengd. Het AGRI3-fonds richt zich op een combinatie van milieu- en sociaal(economische) pijlers. Per individueel project zijn de gestelde doelen binnen deze pijlers veelal lager dan bij vergelijkbare fondsen. Door een groot ‘opschaalpotentieel’ en de mogelijke veranderingen in de bedrijfsmodellen van banken en commerciële investeerders die het fonds teweeg kan brengen, kan AGRI3 op termijn toch een grote(re) impact realiseren.
  5. Potentiële demonstratie-effecten van het AGRI3-fonds zijn hoog op zowel het niveau van het fonds als geheel als op het niveau van de commerciële investeerder. De financiële structuur en de algehele opzet van het fonds zijn vernieuwend, waardoor het fonds per definitie in potentie hoge demonstratie-effecten heeft. Dit geldt voor zowel partijen die eventueel een vergelijkbaar fonds oprichten alsmede voor andere commerciële partijen die in het AGRI3-fonds investeren.
  6. Potentiële demonstratie-effecten van het AGRI3-fonds zijn lager op het niveau van de bedrijven en kleinschalige boeren. Op korte termijn overstijgt de vraag naar financiële middelen ten behoeve van duurzame investeringen het aanbod van fondsen als AGRI3. Wanneer op de lange termijn de winstgevendheid van duurzame bedrijfsmodellen aangetoond wordt en de financieringsmogelijkheden toenemen, kunnen de demonstratie-effecten op het niveau van de bedrijven en kleinschalige boeren gerealiseerd worden.

Met betrekking tot de maatschappelijke kosten en baten analyse concludeert SEO het volgende:

  1. De impact van het AGRI3-fonds zoals berekend in het subsidieverzoek is realistisch. SEO acht de zes business cases die ten grondslag liggen aan de impactberekeningen als geloofwaardig. Daarnaast ziet SEO deze zes business cases ook als een realistische afspiegeling van het fonds als geheel. Gezien de momenteel geldende hoge vraag naar duurzame investeringsmogelijkheden is de financiële extrapolatie eveneens plausibel.
  2. The maatschappelijk baten van het AGRI3-fonds overstijgen de maatschappelijke kosten. De analyse laat een positieve totale netto contante waarde zien van tenminste US$ 130 miljoen. Dit is ongeveer tien keer zo hoog als de netto contante kosten voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken (US$ 13 miljoen). Daarnaast bestaat er nog een aantal andere baten dat niet te kwantificeren is.
  3.  De wereld als ‘overkoepelende belanghebbende’ heeft het meeste baat bij het fonds. Ongeveer driekwart van de totale netto baten komt namelijk voort uit CO2-besparingen (tenminste US$ 90 miljoen). Nemers en verstrekkers van leningen zijn andere belanghebbenden die profiteren van het fonds. De investeerders in het fonds met ‘senior debt’ en ‘junior equity’ gaan er daarentegen per saldo op achteruit, omdat het verwachte rendement lager is dan de gehanteerde discontovoet van 3 procent.