Monitor 1: Baankansen jonge werkenden zijn hersteld, mobiliteit in meest getroffen sectoren is toegenomen
De negatieve impact van de coronapandemie op de baankansen van jonge werkenden (23-35-jarigen) lijkt het afgelopen jaar van tijdelijke aard te zijn geweest. Zo zijn de gemiddelde baankansen op een substantiële baan (dat is een baan in loondienst voor minimaal drie dagen per week) van jonge werkenden na een korte dip tijdens de eerste lockdown hersteld tot op het niveau van voor de pandemie. Desondanks hebben jonge werkenden in de meest ‘getroffen’ sectoren relatief vaak een baan bij een bedrijf dat NOW-loonsteun heeft aangevraagd. Daarnaast is de ongelijkheid in baankansen van werkenden met verschillende opleidingsniveaus verder toegenomen.

De coronapandemie lijkt de mobiliteit van jonge werkenden in de meest getroffen sectoren te hebben vergroot. Er is meer mobiliteit van werk naar werk en van werk naar een uitkering, terwijl de mobiliteit in andere sectoren juist lager ligt dan in voorgaande jaren. Zo is de kans om door te stromen naar een baan in een andere sector in een aantal van de meest getroffen sectoren toegenomen. Deze jonge werkenden gaan vaker aan de slag in de uitzendsector, de detailhandel, de gezondheidszorg, het onderwijs of bij de overheid. Daarnaast is de kans om af te stromen naar een niet-substantiële baan in de meest getroffen sectoren ook licht toegenomen. Tot slot is de kans om uit te stromen naar een uitkering voor jonge werkenden in de meest getroffen sectoren ook sterker toegenomen dan voor jonge werkenden in veel andere sectoren.

Het uurloon van jonge werkenden die een substantiële baan behouden (al dan niet in dezelfde sector) is tijdens de coronapandemie minder sterk toegenomen dan in 2019, met name bij bedrijven die NOW-loonsteun hebben aangevraagd. Daarnaast is het uurloon van jonge werkenden die afstromen naar een niet-substantiële baan bij een bedrijf met (zonder) NOW-loonsteun minder (meer) toegenomen.

Onderzoek
Deze monitor is de eerste in een reeks van drie halfjaarlijkse monitors die deel uitmaken van een meerjarig onderzoek naar de impact van de coronapandemie op de arbeidsmarktpositie van jonge werkenden. De reden om te focussen op jonge werkenden is dat deze groep mogelijk kwetsbaar is als gevolg van de genomen lockdownmaatregelen, omdat zij vaker op een flexibel contract werken en minder rechten op een werkloosheidsuitkering hebben opgebouwd. Het onderzoek wordt uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek met subsidie van ZonMw.

Voor de eerste monitor zijn de baankansen op een substantiële baan (minimaal 3 dagen per week) van jonge werkenden van 23 tot 35 jaar die minimaal twee jaar uitgeschreven zijn uit het voltijdsonderwijs in 2020 vergeleken met die van jonge werkenden in de twee jaar voorafgaand aan de pandemie. Daarnaast is gekeken naar de extra mobiliteit van jonge werkenden ten aanzien van het doorstromen naar een substantiële baan in een andere sector (doorstroomkans), het afstromen naar een niet-substantiële baan (afstroomkans), al dan niet in een andere sector, of het uitstromen naar een uitkering (uitstroomkans). Tot slot is voor de verschillende vormen van mobiliteit de ontwikkeling van het uurloon van jonge werkenden in kaart gebracht.

Methode
De analyses in dit onderzoek zijn uitgevoerd op basis van administratieve microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Door het integrale karakter van de CBS Microdata geeft deze monitor een volledig beeld van de arbeidsmarktpositie van jonge werkenden in Nederland. Op de gegevens zijn nadere econometrische analyses uitgevoerd.