Monitor 2: Baankansen jonge werkenden hoger dan voor de coronapandemie, mobiliteit in meest getroffen sectoren gelijk gebleven of afgenomen

De gemiddelde baankansen van jonge werkenden zijn na een beperkte en korte dip tijdens de tweede lockdown snel hersteld tot boven het niveau van voorgaande jaren. Tegelijkertijd zijn de baankansen van lager en middelbaar opgeleide mannen wel afgenomen, terwijl de baankansen van middelbaar opgeleide vrouwen en hoger opgeleiden juist zijn toegenomen. Hierdoor is de ongelijkheid in baankansen tussen opleidingsniveaus toegenomen.

Alhoewel de gemiddelde baankansen van jonge werkenden zijn hersteld tot op het niveau van voor de coronapandemie, hebben jonge werkenden in de meest ‘getro­ffen’ sectoren relatief vaak een baan bij een bedrijf met NOW-loonsteun. Ondanks de NOW-loonsteun zijn minder jonge werkenden werkzaam gebleven in de reisbranche, luchtvaart en kunstsector, maar is de mobiliteit in een aantal andere getroff­en sectoren gelijk gebleven of afgenomen. Populaire bestemmingssectoren onder jonge werkenden zijn met name de detailhandel, de overheid, de gezondheidszorg, de bouw en de verpleging.

Het uurloon van jonge werkenden die een substantiële baan behouden in dezelfde sector of doorstromen naar een substantiële baan in een andere sector, is na de tweede lockdown meer (minder) toegenomen voor jonge werkenden bij een bedrijf zonder (met) NOW-loonsteun. Daarnaast is het uurloon van jonge werkenden die afstromen naar een niet-substantiële baan bij een bedrijf met NOW-loonsteun na de tweede lockdown beperkt toegenomen of zelfs afgenomen. Voor jonge werkenden in de meest getroffen sectoren is deze afstroom eerder een noodzaak, met mogelijk een daling in het uurloon als gevolg.

Monitor 1: Baankansen jonge werkenden zijn hersteld, mobiliteit in meest getroffen sectoren is toegenomen

De negatieve impact van de coronapandemie op de baankansen van jonge werkenden (23-35-jarigen) lijkt het afgelopen jaar van tijdelijke aard te zijn geweest. Zo zijn de gemiddelde baankansen op een substantiële baan (dat is een baan in loondienst voor minimaal drie dagen per week) van jonge werkenden na een korte dip tijdens de eerste lockdown hersteld tot op het niveau van voor de pandemie. Desondanks hebben jonge werkenden in de meest ‘getroffen’ sectoren relatief vaak een baan bij een bedrijf dat NOW-loonsteun heeft aangevraagd. Daarnaast is de ongelijkheid in baankansen van werkenden met verschillende opleidingsniveaus verder toegenomen.

De coronapandemie lijkt de mobiliteit van jonge werkenden in de meest getroffen sectoren te hebben vergroot. Er is meer mobiliteit van werk naar werk en van werk naar een uitkering, terwijl de mobiliteit in andere sectoren juist lager ligt dan in voorgaande jaren. Zo is de kans om door te stromen naar een baan in een andere sector in een aantal van de meest getroffen sectoren toegenomen. Deze jonge werkenden gaan vaker aan de slag in de uitzendsector, de detailhandel, de gezondheidszorg, het onderwijs of bij de overheid. Daarnaast is de kans om af te stromen naar een niet-substantiële baan in de meest getroffen sectoren ook licht toegenomen. Tot slot is de kans om uit te stromen naar een uitkering voor jonge werkenden in de meest getroffen sectoren ook sterker toegenomen dan voor jonge werkenden in veel andere sectoren.

Het uurloon van jonge werkenden die een substantiële baan behouden (al dan niet in dezelfde sector) is tijdens de coronapandemie minder sterk toegenomen dan in 2019, met name bij bedrijven die NOW-loonsteun hebben aangevraagd. Daarnaast is het uurloon van jonge werkenden die afstromen naar een niet-substantiële baan bij een bedrijf met (zonder) NOW-loonsteun minder (meer) toegenomen.